Duizend woorden voor Esther

[Tekst uitgesproken bij de uitvaart van Esther Lammers, 15 juni 2011]

Vandaag precies een jaar geleden kwam Esther om elf uur aan de deur met een grote puntzak spekkies en gaf me drie zoenen en zong me toe, want ik was jarig. Is het niet verschrikkelijk dat Esther op mijn verjaardag begraven wordt? Nee, het stempelt de band die ik met haar voel. De rest van mijn leven zal deze dag mijn verjaardag kleuren. Als ik later terugdenk aan vandaag denk ik niet aan het verdriet maar aan de mooie woorden die er over Esther gesproken werden, de blijken van liefde van familie, vrienden, bekenden, buren.

Het is raar hoe iets verschrikkelijks ook mooi kan zijn. De afgelopen dagen gebeurden er veel mooie dingen. Het mooiste moment voor mezelf was dat ik met Loekie op de arm de rouwkamer binnenliep en hem bij Esther in de kist legde, tegen haar gevouwen handen aan. Esther was spiritueel en had een sprookjesachtige fantasie, maar zelfs in haar wildste fantasiexebn had ze niet kunnen bedenken dat Loekie, die haar alles was, haar een paar uur na haar dood gezelschap zou komen houden.

Ik sloeg mijn dagboeken eropna en las dat ik Esther op 15 mei 2002 voor het eerst ontmoette. Ik schreef daarover: x91In het portiek trof ik Esther, leuke buurvrouw, nog geen dertig, kort gesproken.x92 De volgende dag was het alweer raak: x91Een praatje gemaakt met Esther, die haar kat [Loekie] aan de mijne liet zien en tijdens het bukken een respectabel decolletxe9 presenteerde.x92 Dat was me kennelijk opgevallen.

Een week na de eerste ontmoeting gingen we in Utrecht naar een optreden van Vonda Shepard, die aan het begin van deze dienst zong. De volgende dag kwam Esther op de thee en maakten we een strandwandeling, en zo werd zij mijn buurvriendin en ik een vertrouwensvriend in voor- en vooral tegenspoed.

Esther is nooit mijn geliefde geweest, dat zou ook raar geweest zijn want ik ben vijftien jaar ouder. Ze vond me veel te jong. Maar ik hield wel in de gaten wie haar geliefde was. Want als het iemand was die niet goed voor haar was, zou ik hem de trap afgeslagen hebben. Dat was niet nodig: Hans, die ik het langst ken, werd een van mijn beste vrienden. Ron bleek ook een moordgozer te zijn. En iedereen die Sander de afgelopen dagen ontmoette heeft hem in het hart gesloten. Hij moet voor Esther ook wel bijzonder geweest zijn, anders was ze niet in zee gegaan met zox92n jong iemand.

Wat mooie momenten betreft: we zaten donderdagavond bij mij thuis bijeen, mijn zus, Hans, Ron en Sander. De ex van je geliefde ontmoeten of de nieuwe geliefde van je ex tegenkomen kan erg ongemakkelijk zijn, maar daar was bij die drie heren niets van te merken. Dat komt niet door hen, dat komt door Esther. Als je haar geliefde niet meer was bleef je betrokkenheid bij haar groot en de vriendschapsband sterk.

Op de rouwkaart staat: x91Je hebt lang genoeg gestreden.x92 Dat is meestal een clichxe9, maar voor Esther is het nog zacht uitgedrukt. Sinds mei 2010 was zij overblijfjuf op een basisschool. Ze kreeg daar acht euro per keer voor, dat geringe bedrag kon ze goed gebruiken. Ze deed het werk met liefde, maar het vergde slechts een fractie van haar talent. Esther voltooide in 2000 de Hogere Europese Beroepen Opleiding met hoofdvakken als  Financial Accounting, Europese Culturen, International Marketing en Strategisch Management, ze liep stage aan de Kamer van Koophandel. Niet in Den Haag maar in New York. Ze volgde een International Programme in Athene, deed een cursus aan de Universiteit van Kreta. Maar kon door haar ziekte niet in de praktijk brengen wat ze geleerd had en in haar mars had.

Haar grootste wens was moeder worden x96 die wens ging niet in vervulling. Meerdere keren is ze opgenomen geweest, belandde ze in een diep dal. Haar pad ging bergopwaarts en ze torste een rugzak met honderd kilo stenen erin, en vaak was er wind tegen en regende het.

Ondanks die tegenspoed bleef ze de zon zien. Ik wil daarover een dierbare vriend van Esther citeren, iemand die ze sinds 1995 kende en die er vandaag tot zijn spijt niet bij kan zijn omdat hij naar Zuid-Afrika gexebmigreerd is: Jasper. Ik kreeg Jasper via Facebook te pakken en hij schreef me: x91Ik had altijd veel bewondering voor Esthers doorzettingsvermogen. Ze had altijd plannen voor de toekomst. Als dingen niet zo liepen als ze wilde trok ze gewoon weer een ander plan. Ik moet toegeven dat ik vaak heb gedacht dat als ik in haar schoenen zou staan, en met haar conditie zou moeten leven, ik er al lang geen zin meer in had gehad.x92

Maar Esther bleef, tot afgelopen donderdag, zin houden. Haar hart vloeide over van liefde voor anderen, voor de natuur, ze zag het leven als een wonder. Esther was zeer creatief, ze schilderde, tekende, boetseerde, fotografeerde, volgde een mime-opleiding en sprak enthousiast in de microfoon bij de acht programmax92s die ik samen met Hans voor Radio West maakte.

Esthers kalenderleeftijd was 38 jaar, maar in werkelijkheid was ze een meisje van zestien, zeventien, soms nog jonger. Als je haar zag had je niet het idee: dat is een vrouw van bijna middelbare leeftijd. Esther  had ook de humor die bij een meisje past. Ze kon om kinderachtige dingen geweldig lachen. Als iemand van jullie nu een scheet zou laten, zouden de anderen doen of ze niets gehoord hadden. Esther zou de slappe lach gekregen hebben. Ze was een keer bij me op de thee en zat te lachen. Ik zei: x91Wat zit je te lachen?x92 Ze zei: x91Ik heb een scheet gelaten.x92 Ik zie dat Ans nu ook zit te lachen, ze zal het wel van haar moeder hebben.

Tot besluit van dit gedeelte van ons samenzijn een nummer van Hooverphonic, dat gaat over vriendschap die altijd blijft bestaan, bij leven en dood. x91Wex92ll always be best friends,x92 zo luidt het in het refrein. Om welke vrienden voor altijd zou het lied gaan? Misschien over Esther en haar geweldige moeder Ans. Misschien over Esther en haar lieve vriendin Ria. Misschien over Esther en Sander. Zelf denk ik dat die vrienden voor altijd Esther en Loekie zijn, bij leven en dood samen, altijd op zoek naar nieuwe avonturen, ook nu nog, nu ze aan hun grootste avontuur begonnen zijn. Start de muziek maar.

 [Muziek: Hooverphonic x96 Out of Sight]

15 June 2011
By on 20:08
Een jaar gelezen 2010

KENNETH ANGER Hollywood Babylon
PAUL AUSTER Collected Novels Volume Three (Timbuktu x96 The Book Of Illusions x96 Oracle Night x96 The Brooklyn Follies) x96 Sunset Park
DIRK BAARTSE / BOB POLAK Het Grote Willem Frederik Hermans Boek
GEORGE BEAHM  The Stephen King Companion x96 The Stephen King Story
DR. NICK BEGICH / JEANE MANNING Angels Donx92t Plays This HAARP : Advances In Telsa Technology
ONNO BLOM Onsterfelijk leven : Interviews met Harry Mulisch
JEROEN BROUWERS Hamerstukken : Alle polemieken en korzeligheden
DAN BROWN The Lost Symbol
ALEXANDRA BRUCE 2012 : Science Or Superstition : The Definitive Guide To The Doomsday Phenomenon
REMCO CAMPERT Om vijf uur in de middag
HARLAN COBEN Caught
SUZANNE COLLINS The Hunger Games x96 Catching Fire x96 Mockingjay
JUSTIN CRONIN The Passage
MARTINE F. DELFOS Verschil mag er zijn : waarom er mannen en vrouwen zijn
CHARLES DICKENS Great Expectations
DAVID EGGERS Max (en de Wild Things)
MARC ELIOT American Rebel : The Life Of Clint Eastwood
AD FRANSEN Leven met Reve : Het onmogelijke huwelijk van Gerard Reve en Hanny Michaelis
LAUREN KATE Torment
KAMI GARCIA / MARGARET STOHL Beautiful Creatures x96 Beautiful Darkness
PAOLO GIORDANO The Solitude Of Prime Numbers
MICHAEL GRANT Lies : A Gone Novel
BRIAN GREENE The Fabric Of The Cosmos : Space, Time And The Texture Of Reality
JOHN GRISHAM The Confession
CHARLAINE HARRIS All Together Dead x96 From Dead To Worse x96 Dead And Gone
MO HAYDER Gone
STEPHEN HAWKING / LEONARD MLODINOW The Grand Design : New Answers To The Ultimate Questions Of Life
TAMI HOAG Deeper Than The Dead
JERRY HOPKINS Elvis : The Biography
DAVID ICKE Human Race Get Off Your Knees : The Lion Sleeps No More x96 The David Icke Guide To Global Conspiracy (And How To End It)
ARNALDUR INDRIDASON Jar City -  Silence Of The Grave x96 Voices x96 The Draining Lake x96 Arctic Chill x96 Hypothermia
J. DOUGLAS KENYON Forbidden History : Prehistoric Technologies, Extraterrestrial Intervention, And The Suppressed Origins Of Civilization
STEHEN KING It x96 The Shining x96 x92Salemx92s Lot x96 Full Dark, No Stars
JACQUE KLxd6TERS Toon : De biografie
THOMAS LEEFLANG Black Face White Jew : Een kortstondige historische romance
DENNIS LEHANE Shutter Island
JEFF LINDSAY Darkley Dreaming Dexter x96 Deadly Devoted Dexter x96 Dexter In The Dark x96 Dexter By Design
NOP MAAS Gerard Reve : Kroniek van een schuldig leven 1 De vroege jaren 1923-1962 x96 2 De x91rampjarenx92 1962-1975
HENNING MANKELL De gekwelde man
HARUKI MARUKAMI Norwegian Wood x96 Dance Dance Dance x96 South Of The Border, West Of The Sun x96 The Wind-up Bird Chronicle x96 Kafka On The Shore x96 Sputnik Sweetheart x96 After The Quake x96 The Elephant Vanishes
MARITA MATHIJSEN Het voorbestemde toeval : Gesprekken met Harry Mulisch
RICHELLE MEAD Spirit Bound x96 Last Sacrifice
CINDY MESTON / DAVID BUSS Why Women Have Sex : Understanding Sexual Motivation From Adventure To Revenge (And Everything In Between)
MARK MIERAS Liefde : Wat hersenonderzoek onthult over de klik, de kus en al het andere x96 Ben ik dat? : Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf
MARTIN MILLAR Lonely Werewolf Girl
HARRY MULISCH archibald strohalm x96 Verzamelde verhalen x96 De diamant : Een voorbeeldige geschiedenis x96 Het zwarte licht x96 Het stenen bruidsbed x96 Opspraak : Verslagen van de twintigste eeuw x96 Voer voor psychologen x96 Twee opgravingen
ALANNA NASH Baby, Letx92s Play House : Elvis Presley & The Women Who Loved Him
DANIEL & DINA NAYERI Another Pan
EDWARD RADZINSKY De laatste tsaar : Het drama van Nicolaas II
DAVID REMNICK The Bridge : The Life And Rise Of Barack Obama
KATEL VAN HET REVE Verzameld werk 4
RICK RIORDAN The Lightning Thief x96 The Sea Of Monsters x96 The Titanx92s Curse
IMOGEN ROBERTSON Instruments Of Darkness
LISA ROGAK Haunted heart : The Life And Times Of Stephen King
TOM SHARPE Rare kostgangers
KARIN SLAUGHTER Broken
FRANCISCO X. STORK Marcelo In The Real World
KATE SUMMERSCALE The Suspicions Of Mr Whicher Or The Murder At Road Hill House
PAUL TERRY / TARA BENNETT Lost Encyclopedia
LEO TOLSTOJ Oorlog en vrede
JOHN VERDON Think Of A Number
BERT VERHOYE Toen God spitte en Allah spon : Een fable
BEV VINCENT The Road To The Dark Tower : Exploring Stephen Kingx92s Magnum Opus
RACHEL VINCENT Stray
GERHARD WISNEWSKI One Small Step? :  The Great Moon Hoax And The Race To Dominate Earth From Space
STANLEY WIATER / CHRISTOPHER GOLDEN / HANK WAGNER The Stephen King Universe : A Guide To The Worlds Of The King Of Horror
SARAH WATERS The Little Stranger
P.G. WODEHOUSE Service With A Smile x96 The Pothunters x96 A Pelican At Blandings x96 A Prefectx92s Uncle x96 The Girl In Blue
JAN WOLKERS Brieven aan Olga x96 Dagboek 1975
ANNEJET VAN DER ZIJL Bernhard : Een verborgen geschiedenis
FLOORTJE ZWIGTMAN Schijnbewegingen x96 Tegenspel x96 Spiegeljongen

Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

1 January 2011
By on 09:25
Harry Mulisch

De schepping van een onsterfelijk lichaam

Leven wordt oeuvre
Het zou zo langzamerhand tijd voor zijn memoires zijn, als het niet zo was dat al zijn werk eigenlijk uit memoires bestond: niet alleen van zijn feitelijke leven, ook van zijn verbeelding, die niet van elkaar te scheiden waren. (Siegfried, blz. 15)

Zoals er verbanden bestaan tussen zijn leven en zijn werk, zo staan de vele werken van Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem, 1927) met elkaar in verbinding. Een bijfiguur in De ontdekking van de hemel is de anesthesist Steenwijk x96 hij is de hoofdpersoon van De Aanslag. In de x91Episode 1952×92 van dat boek stapt Steenwijk in de tram met x91de roman van een jonge haarlemse schrijverx92 (blz. 82). Die schrijver is Harry Mulisch, het boek archibald strohalm.1
In de korte roman De pupil maakt de naamloze getalenteerde jonge schrijver (een hilarisch, over the top zelfportret van Mulisch) een droomachtige tocht in een stoeltjeslift omhoog naar de Vesuvius x96 van de andere kant komen stoeltjesliften omlaag met erin personages uit Mulischx92 romans. Alsof de schrijver aan het begin van zijn loopbaan een visioen heeft van alles wat hij nog zal schrijven x96 en dat dat oeuvre al bestaat voordat het geschreven is.

In Mulischx92 werk nemen gebeurtenissen uit zijn leven een belangrijke plaats in. Dat wil niet zeggen dat hij een autobiografisch schrijver is die verslag doet van zijn belevenissen. Zoals hij het in Zielespiegel formuleert: x91een biografisch feit is in de kunst nooit meer dan de zandkorrel, die in een schelp een parel doet ontstaanx92 (blz. 15).
Gebeurtenissen uit Mulischx92 biografie kunnen verwerkt worden in een verhaal, een novelle, een roman x96 maar pas nadat hij de structuur, een idee ervoor uitgewerkt heeft: ze worden toegevoegd, maar zijn nooit de aanleiding.
Het is Mulisch erom te doen door de vermenging van verbeelding en werkelijkheid iets nieuws te scheppen x96 wat hij virtuoos gedaan heeft in drie hier besproken romans, die hij publiceerde na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Niet alleen levert vermenging van verbeelding en werkelijkheid iets nieuws op, het in het schrijven x91toepassenx92 van de werkelijkheid maakt dat die voor Mulisch werkelijker wordt: x91Het kan zijn dat ik iets meemaak, en dat is dan interessant of boeiend of weet ik wat, zoals iedereen dat heeft. Maar pas als ik het kan gebruiken in een verhaal maak ik het echt mee. Als ik het opschrijfx92 (De sprekende ezel).
De schrijver Mulisch vergelijkt zichzelf met een alchimist: x91De alchimist werkt aan de stof als een afspiegeling van het werk aan zijn ziel, waar het ware, niet-charlataneske goud moet ontstaan x96 zoals dat ook bij de schrijverij het geval is, althans bij de mijnex92 (Zielespiegel, blz. 112-113). Waar de alchimist werkt aan de transmutatie van lood in goud, werkt Mulisch aan de transmutatie van zijn leven in een oeuvre.

Het oeuvre is het nieuwe lichaam van de schrijver, x96 een lichaam, dat hij zichzelf geschapen heeft, hechter, duurzamer dan hetwelk hij van zijn moeder heeft meegekregen. Het is bestemd, hem bij zijn verdwijning op aarde te overleven: niet x91eeuwigx92, maar enige tijd. Met dit nieuwe lichaam zal hij nog ademen, wanneer hij al lang heeft opgehouden te ademen; al lang sprakeloos geworden, zal hij er nog uit spreken. (Voer voor psychologen, blz. 114-115)

De ontdekking van de hemel (1992)
Als je kijkt naar De Procedure of De ontdekking van de hemel, of wat dan ook, dan zie je dat ze [de boeken] altijd een hele harde, bijkans starre vorm hebben. En dat is wat ik wil. Want daarbinnen kan ik mijn gang gaan. (Mulisch en het woord, cd 4)

De ontdekking van de hemel (met 901 bladzijden Mulischx92 omvangrijkste roman) bestaat uit vier delen (x91Het begin van het beginx92, x91Het einde van het beginx92, x91Het begin van het eindex92, x91Het einde van het eindex92) en telt 65 hoofdstukken.
Mulisch werkte aan het boek van januari 1990 tot 29 juli 1992, maar al begin jaren zeventig schreef hij een verhaal dat een aanzet tot het uiteindelijke magnum opus was; het werd in 2002 als Vonk gepubliceerd. Op zijn 65ste verjaardag leverde Mulisch de laatste manuscriptpaginax92s van De ontdekking van de hemel bij zijn uitgever in. Een voor hem omineuze dag: zijn vader was op diens 65ste verjaardag overleden.

De hemel heeft ontdekt dat de mensheid gexebvolueerd is tot een soort die de techniek omhelst en zich afkeert van God. In een paar eeuwen tijd is de mens erin geslaagd de rol van de oudtestamentische God over te nemen: kon die met een zondvloed het leven wegvagen, de mens kan dat met kernwapens. Het scheppen van leven was aan God voorbehouden; dankzij wetenschappelijke vooruitgang (zoals DNA-onderzoek of het genoomproject) kan de mens het straks ook, en God is dan niet meer nodig.
Mulisch heeft deze ontwikkeling al in 1961 in Voer voor psychologen verwoord: x91omdat het woord vlees is geworden in de techniek, hebben wij geen mystieke god meer nodig, die ons bij elkaar houdtx92 (blz. 136). In De zuilen van Hercules noemt hij het: x91de wegval van de godsdienst in de technische wereldx92 (blz. 23).
In de hemel acht men de tijd gekomen om het verbond tussen schepper en schepping te annuleren en de Tien Geboden (de Stenen Tafelen) terug te (laten) halen. Dat is niet eenvoudig: er moet op aarde iemand geboren worden die deze taak op zich zal nemen. Hij moet hiertoe gexefnstrueerd worden, maar mag zich daar niet van bewust zijn. De persoon zal over de juiste eigenschappen moeten beschikken: bepaald genetisch materiaal (en dus een specifieke combinatie van voorouders) hebben, en bovendien opgroeien in omstandigheden die hem in de goede richting zullen sturen. De engelen kiezen in het x91hiervoormaalsx92 de geschikte x91vonkx92 waarmee het personage Quinten Quist bezield wordt.
De opzet lukt: in de hemel vertelt de engel die met de opdracht belast was aan een andere engel hoe hij het voor elkaar gekregen heeft x96 het verslag omvat de 65 hoofdstukken van de roman.

In de eerste twee delen van het boek gaat het vooral over de vriendschap tussen de sterrenkundige Max Delius en de taalkundige Onno Quist. Max krijgt een relatie met de celliste Ada Brons. Als die uitraakt begint ze een verhouding met Onno. Wanneer ze gedriexebn op Cuba een congres bezoeken, wordt daar Quinten verwekt. Wie de vader is blijft (behalve voor de engel) onduidelijk: op het eiland heeft Ada ook met Max gevreexebn. Enige tijd later wordt (in Nederland) tijdens noodweer de auto waarin Max onderweg is met Onno en Ada (ze zijn getrouwd) door een omvallende boom getroffen. Ada raakt in coma; Quinten wordt geboren uit een comateuze moeder.
Onno is intussen politicus geworden. Max, die een seksuele relatie heeft gekregen met Adax92s moeder, stelt voor met mevrouw Brons en Quinten een appartement op kasteel Groot Rechteren te betrekken en het jongetje daar op te voeden.
Het derde deel beschrijft de x91leerjarenx92 van Quinten; het kasteel wordt bewoond door een bonte verzameling personen, die ertoe bijdragen dat Quinten zich aan zijn hemelse opdracht zal gaan wijden.
Max komt vanwege zijn inzichten als sterrenkundige de hemel te na en wordt daarom door een meteoriet gedood. Onnox92s vriendin Helga komt door een geweldsmisdrijf om het leven x96 hij besluit zich uit de wereld terug te trekken en zich voor familie en vrienden schuil te houden. Quinten gaat naar hem op zoek en vindt hem in Rome x96 Onno steunt sinds hij een hersenbloeding gekregen heeft op een stok. De geestdriftige Quinten ontdekt samen met Onno in het Sancta Santorum de Stenen Tafelen, en weet ermee naar Jeruzalem te ontkomen. Daar krijgt de hemel ze weer in bezit x96 en Quinten verdwijnt spoorloos.

In de film The Spy Who Loved Me (1977) reist James Bond (Roger Moore) op een kameel door de woestijn. De muziek die daarbij klinkt is afkomstig uit Lawrence of Arabia (1962). Dat is grappig voor de kijker die weet waaraan gerefereerd wordt. Zo wordt ook het leesplezier van de boeken van Mulisch vergroot wanneer je als lezer weet waarnaar hij verwijst. Dat geldt in De ontdekking van de hemel vooral voor het spel dat Mulisch speelt met gebeurtenissen uit zijn leven.
De samenstelling van het gezin waarin Mulisch opgroeide was niet alledaags. Zijn moeder, Alice Schwarz, kwam in Antwerpen ter wereld, als dochter van een joodse Oostenrijkse bankier en een joodse Duitse moeder. Zij trouwde op haar achttiende met de zestien jaar oudere Karl Victor Kurt Mulisch, geboren in het Oostenrijk-Hongaarse Gablonz (tegenwoordig in Tsjechixeb gelegen). In de Eerste Wereldoorlog vocht hij als officier aan het Russische front. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij directeur personeelszaken van de Lippman-Rosenthal-bank in Amsterdam x96 de bank die zich de tegoeden van gedeporteerde joden toe-eigende. Doordat hij met de bezetter collaboreerde, kon Mulisch senior voorkomen dat Mulischx92 joodse moeder gedeporteerd werd. (Een paradoxale situatie x96 doordat de vader fout was kon hij goeddoen x96 die ten grondslag ligt aan Mulischx92 beroemde uitspraak: x91Ik ben de Tweede Wereldoorlogx92.) Deze omstandigheden worden in De ontdekking van de hemel op de spits gedreven.

De joodse moeder van Max, Eva Weiss, wordt (door toedoen van haar man) tijdens de Tweede Wereldoorlog op transport gesteld, zijn vader erna (op diens verjaardag) gexebxecuteerd. Dat is in werkelijkheid niet gebeurd met Mulischx92 moeder; zijn vader werd na de oorlog wel gearresteerd, maar niet ter dood gebracht. Max had een ouder broertje; dit x91engelachtige jongetjex92 (blz. 13), dat in Mulischx92 geboortejaar 1927 ter wereld komt, sterft de wiegendood. In deze variatie op zijn levensgeschiedenis blijft Max niet zoals Mulisch na de scheiding van zijn ouders bij zijn vader, maar vertrekt hij met zijn moeder.

Een groot deel van het boek is gewijd aan beschrijving van de vriendschap van Max en Onno, waarbij Mulisch een beeld geeft van zichzelf en zijn x91aartsvriendx92 Hein Donner.2 Daarnaast komen er in het boek een (niet bij naam genoemde) bekende schrijver en schaakgrootmeester voor. De eerste maakt in de jaren zestig tijdens een tumultueuze bijeenkomst x91nahikkend van het lachen aantekeningenx92 (blz. 114) x96 dat lijkt op Mulisch zoals die werkte aan Bericht aan de rattenkoning (1966): x91in een drie weken durende woede- en lachaanvalx92 (x91Voorberichtx92 en flaptekst van dat boek).

Het wordt Mulisch vaak verweten dat zijn eigendunk overontwikkeld is, maar als weinig andere schrijvers drijft hij in zijn werk de spot met zichzelf, en bovendien bevestigt hij daarin zelfironisch het beeld dat Mulisch-haters van hem hebben. Dat doet hij vooral in De pupil, maar ook hier. Max noemt de schrijver x91een kwalx92 (blz. 110), waarop Onno zegt: x91Je lijkt wel wat op hemx92 (blz. 111). Als er gesuggereerd wordt dat de mens verder moet kijken dan zijn neus lang is, antwoordt Max: x91In mijn geval is dat eigenlijk nauwelijks mogelijkx92 (blz. 638).
Hein Donner is niet alleen geportretteerd als Onno Quist en als de schaakgrootmeester, hij is ook meneer Blits (ofwel: Donner und Blitz), een man met een ooglapje, die in het verpleeghuis waar Maxx92 pleegmoeder verblijft in een rolstoel zit x96 net als Donner na zijn hersenbloeding.

De Ontdekking van de hemel heeft de strakke structuur waar Mulisch in het geciteerde interview op doelt, en daarbinnen gaat hij inderdaad x91zijn gangx92: hij deinst er niet voor terug een realistische roman in het laatste kwart van de tekst over te laten gaan in een fantastische avonturenroman. Het is zijn beheersing van de schrijftechniek die maakt dat het boek desondanks een eenheid is, en dat de lezer zich laat meeslepen door de bezeten queeste van Quinten.

De Procedure (1998)
Een creatieve schrijver moet in alle gevallen tot het uiterste gaan. Op het moment dat hij denkt: dit wordt te gek, dit kan echt niet meer x96 doorgaan! (De zuilen van Hercules, blz. 170)

De Procedure (301 bladzijden) is opgebouwd uit drie delen (Akte A, B en C). De eerste Akte begint met een droge, haast wetenschappelijke verhandeling over het scheppen van leven naar bijbels model, gevolgd door de introductie van x91het personagex92 Victor Werker. Voordat deze een rol kan gaan spelen verplaatst (en x91vertijdtx92) de handeling zich naar het Praag van 1592. Een rabbi krijgt van de keizer de opdracht een golem te maken x96 het lukt hem een dergelijk wezen te maken, maar door een x91taalfoutx92 wordt het geen man maar een vrouw, die een andere rabbi vermoordt.
In de rest van het boek draait het om Werker, van wie in Akte B brieven aan zijn dochtertje Aurora te lezen zijn x96 ze zijn aan haar gericht, maar bedoeld om door Werkers ex-echtgenote Clara gelezen te worden: Aurora is hun doodgeboren kind. Door zich tot het dode kind te richten, tracht hij met de levende moeder in contact te komen. Ofwel: uit de dood tot het leven komen, wat hem in zijn wetenschappelijke werk gelukt is, maar wat hij in zijn privxe9leven niet voor elkaar krijgt.
Werker geeft in de brieven een verhandeling over zijn ontdekking, de eobiont x96 hij heeft x91een primitief organisme gefabriceerd uit anorganische materiex92 (blz. 154).
In Akte C wordt het laatste etmaal uit Werkers leven beschreven: van een ontmoeting met zijn x91melkbroersx92 (een drieling die gezoogd werd met overtollige melk van Werkers moeder)3 tot aan het moment dat hij om het leven gebracht wordt.

De Procedure gaat over de verschillende manieren waarop leven kan ontstaan: voortplanting, schepping volgens de christelijke mythologie, het maken van een golem en het in een laboratorium crexebren van leven. In De ontdekking van de hemel was voor dat laatste al gewaarschuwd door een van de engelen: x91Binnen afzienbare tijd zullen zij zich meester hebben gemaakt van ons absolute voorrecht: het crexebren van leven (…)x92 (blz. 433).
In alle gevallen loopt het slecht af: hoofdpersoon Victor Werker, een wetenschapper, is de vader van een doodgeboren kind; de christelijke God maakt met een zondvloed een einde aan praktisch de gehele schepping; de golem vermoordt een van haar scheppers x96 en bovendien wordt Werker, x91makerx92 van de primitieve levensvorm eobiont, aan het slot vermoord.

Mulisch werkte ooit aan een nimmer voltooide roman, die speelde in een maatschappij (een soort parallel universum) waarin Hitler de oorlog gewonnen zou hebben (De toekomst van gisteren x96 over deze romanmislukking publiceerde hij in 1972 een gelijknamige studie). In De Procedure doet hij iets dergelijks: hij beschrijft het leven dat hij geleid zou kunnen hebben als hij in plaats van schrijver scheikundige geworden was, en crexebert daarmee een x91gespiegeld zelfportretx92.
Voor Mulisch was scheikunde een hobby en werd de schrijverij zijn bestemming, bij Werker is het omgekeerde het geval. Hij vraagt zich op bladzijde 118 af: x91Misschien ben ik trouwens wel een gemankeerd schrijverx92 x96 zoals Mulisch zichzelf mogelijk als een gemankeerd scheikundige ziet.

Victor Werker (wiens voornaam Mulischx92 derde voornaam is) wordt verwekt op een stormachtige avond in november 1951 x96 het moment waarop Mulisch het manuscript van archibald strohalm voor de Reina Prinsen Geerligsprijs inlevert. Hij wordt geboren in 1952 (een x91cijferanagramx92 van het jaar 1592 van de Praagse episode), het jaar waarin archibald strohalm gepubliceerd wordt. Zijn grote ontdekking doet Werker in 1992 x96 in dat jaar publiceert Mulisch De ontdekking van de hemel.
Werkers vader (net als die van Mulisch een militair) is tien jaar ouder dan zijn kunstzinnige echtgenote, die na de scheiding, evenals Mulischx92 moeder, naar San Francisco verhuist. In deze versie van de familieomstandigheden blijft het zoontje bij de vader.
Werker senior sterft op 15 november 1982 aan maagkanker, op 65-jarige leeftijd. Hier gaat de biografie over in halffantasie: Mulischx92 vader stierf inderdaad op 65-jarige leeftijd (zijn verjaardag), maar de maagkanker werd bij de zoon geconstateerd.
(In zijn notitiesbundeling Engelenplaque (blz. 108) maakt A.F.Th. van der Heijden er melding van dat hij op 15 november 1982 bij een bezoek aan de neuroloog Mulisch zag; wellicht dat deze er die dag het slechte nieuws te horen kreeg x96 in het werk van Mulisch komen data en jaartallen nooit uit de lucht vallen.)

Maar het is niet alleen Victor Werker die als een x91parallel-Mulischx92 in de roman voorkomt; Mulisch zelf figureert ook. Tot tweemaal toe ontmoet Werker de schrijver Kurt Netter, die eveneens een voornaam met Mulisch deelt (zijn achternaam is die van Mulischx92 grootmoeder), en wiens gezinssamenstelling een variatie is op die van Mulisch, inclusief teckel.
De eerste keer treffen Werker en Netter elkaar in Venetixeb in Harryx92s Bar (die daar werkelijk bestaat), de tweede keer in Amsterdam bij een tribunaal waarop de grootste kunstenaar van de twintigste eeuw gekozen wordt. Netter wijst Werker aan als zijn kandidaat x96 deze heeft met de eobiont de grens tussen leven en dood opgeheven. Thuisgekomen bekruipt Werker het gevoel dat Netter hem beschuldigde in plaats van eerde, hem aanklaagde. En inderdaad, alsof er een vonnis geveld is en ten uitvoer gelegd wordt, komen er twee mannen aan de deur die Werker neersteken.

Zoals Mulisch in de openingszin aangeeft, zou deze roman hebben kunnen beginnen met een zin als x91De telefoon gingx92 (blz. 7), waarna de lezer meegesleept zou worden in een verhaal van spanning en actie. In plaats daarvan begint het boek met een allerminst meeslepende uiteenzetting over de schepping van leven. Maar x91de telefoon gingx92 was geen willekeurig voorbeeld.
Op vele plaatsen in het boek speelt de telefoon een belangrijke rol: Victor Werker wordt telefonisch bedreigd, hij bezoekt de opera The Telephone, hij wacht op een telefoontje uit Stockholm (vanwege de Nobelprijs), hij probeert via de telefoon contact te leggen met zijn ex, hij vangt een telefoongesprek op waarin een aanslag beraamd wordt, hij spreekt telefonisch met een inspecteur die later niet bekend blijkt te zijn op het politiebureau, en vlak voordat hij neergestoken wordt voelt hij het trillen van de mobiele telefoon bij zijn hart.

De geest van Franz Kafka (1883-1924) waart over De Procedure. De titel van het boek is klankverwant aan Het proces (Der Prozess, 1925), dat op het eerdergenoemde tribunaal tot roman van de eeuw wordt uitgeroepen (blz. 277). De Praagse passage speelt zich gedeeltelijk af op de Burcht,4 die doet denken aan het Slot uit de gelijknamige roman van Kafka (Das Schloss, 1922). Namen in De Procedure zijn soms ontleend aan Kafkax92s leven (Felice, zijn verloofde) of werk (de naam van de vroedvrouw Bloch doet denken aan die van het personage Block uit Het proces), en vooral de slotakte ademt de sfeer van een Kafka-roman.
Werker heeft bij toeval een telefoongesprek afgeluisterd waarin een moord beraamd wordt x96 maar realiseert zich niet dat hijzelf beoogd slachtoffer is. Evenals Jozef K. in Het proces gaat Victor Werker vergeefs van instantie naar instantie, en zijn dood is een kopie van de dood van Jozef K. Het motto van Akte C is niet een citaat uit Het proces, het motto is dat boek: x91Iemand moest … hem overlevenx92 (blz. 213) x96 de eerste en de laatste twee woorden van de roman, door drie puntjes gescheiden.
Kafka zit ook in De ontdekking van de hemel; Max leest aan Onno Kafkax92s Brief an den Vater (1919) voor, dat volgens hem de sleutel is tot het begrip van Het proces.

Siegfried. Een zwarte idylle (2001)
 …ik, een buitengewoon opmerkelijke jongeman van achttien, even opgewekt als getourmenteerd, met een volstrekt onafhankelijke geest en een universele belangstelling, uitzonderlijk begaafd, met een mateloze ambitie, gecombineerd met een tomeloze werklust, daarbij ongetwijfeld creatief, met een aangeboren mensenkennis en een verbluffend originele fantasie, ook zeer geestig en ad rem, bovendien vrijwel volmaakt gebouwd en altijd smaakvol gekleed, welgemanierd, goed van de tongriem gesneden en bij dat alles van een hartverscheurende bescheidenheid (De pupil, blz. 30)

Aldus een met humor en bravoure geschetst selfportrait of the artist as a young man. Maar the artist as an aging man is een ander verhaal. In Siegfried valt Rudolf Herter als gevierd schrijver vrijwel samen met het toekomstbeeld dat de pupil van zichzelf gehad zal hebben x96 maar de tijd heeft hem danig toegetakeld. Herter is fysiek x91als een schaduw van de schaduw van wat hij eens wasx92 (blz. 8). Mulisch beschrijft hier, zonder een zweem van bravoure, zijn lichaam nadat het maagkanker (1982), een hersenbloeding (1992) en blaaskanker (1997) te boven gekomen is.

De roman Siegfried (213 bladzijden) is voortgekomen uit het manuscript van De Procedure. Dat bevatte een passage getiteld x91Siegfried Hitlerx92 (in facsimile afgedrukt in Mijn getijdenboek 1927-1951. Zijn getijdenboek 1952-2002, blz. 287), waarin het draait om de vraag of x91de verbeeldingskracht van een schrijver een bestaand persoon zodanig in een [experimentele] gefantaseerde situatie kan plaatsen, dat hij vervolgens beter begrepen wordtx92 x96 met als voorbeeld Hitler, die bij Eva Braun een kind verwekt, waarna hij te horen krijgt dat Braun volbloed jodin is. Hoe zou Hitler gereageerd hebben?

In Siegfried wordt deze thematiek uitgewerkt. De gevierde, bejaarde schrijver Rudolf Herter bezoekt eind 1999 met zijn 30 jaar jongere vriendin Wenen, waar hij voor de televisie wordt gexefnterviewd over zijn bijna duizend paginax92s tellende magnum opus De Uitvinding van de Liefde. Tijdens het interview oppert hij het idee om vanuit een verzonnen maar niet onmogelijk feit naar de x91sociale werkelijkheidx92 (blz. 24) te gaan.
Herter wordt na de aansluitende signeersessie aangesproken door een bejaard echtpaar, Ullrich en Julia Falk; zij denken hem te kunnen helpen. Herter zoekt hen de volgende dag op in het tehuis Eben Haxebzer, waar zij hem een ontstellend verhaal vertellen.
De Falks waren werkzaam geweest op Hitlers buitenverblijf Berghof. Op zekere dag bleek Eva Braun van Hitler in verwachting te zijn. De zwangerschap diende voor de buitenwereld verborgen te blijven: als charismatisch leider behoorde Hitler alle Duitse vrouwen toe, niet een enkele.

Braun vertrok zogenaamd op kunstreis naar Italixeb, maar dook in werkelijkheid op de Berghof onder. Julia Falk moest doen alsof zij zwanger was, en na de geboorte van Siegfried op 9 november 1938 fungeerden zij en haar man als ouders van het kind.
Nadat Hitler (ten onrechte) ervan overtuigd was geraakt dat x91Siggix92 joods bloed had, liet hij Falk opdracht geven het jongetje te doden, en deze gehoorzaamde.
Teruggekeerd op zijn hotelkamer spreekt Herter op een dictafoon zijn ideexebn over Hitler in x96 deze kenschetst hij als een zwart gat, het x91alles verzwelgende Nietsx92 (blz. 157). Er volgt een gexebxalteerde uiteenzetting waarin Herter onder meer een verband ziet tussen de verwekking van Hitler en de val van Nietschze in de krankzinnigheid. Dit is zox92n passage waarbij Mulisch tijdens het schrijven x91dit wordt te gek, dit kan echt niet meer x96 doorgaan!x92 gedacht moet hebben.
Voor Herter loopt het slecht af; hij overlijdt op een manier die doet denken aan de dood van Max in De ontdekking van de hemel. Zoals die midden in een halfdronken, euforisch betoog door een meteoriet getroffen wordt, zo wordt Herter tijdens het opgewonden dicteren van zijn inzichten getroffen door een x91meteoriet van binnenuitx92: hij krijgt een hartstilstand x96 en verdwijnt daarmee in het niets.

De hypothese van Hitler als het x91nietsx92 is een heel andere verklaring voor de betovering die er voor zijn volgelingen van hem uitging dan in De ontdekking van de hemel gegeven wordt. Daar (bladzijde 686-689) verklaart Onno die uit het charisma van zijn fysieke verschijning. Herters x91verklaringx92 van Hitler hoeft dan ook niet Mulischx92 persoonlijke opvatting te zijn. De romanpersonages die Mulisch op zichzelf gexebnt heeft vertolken niet per definitie ook zijn denkbeelden: de meningen die zij verkondigen hebben in het verhaal een functie, maar zijn geen kapstok waar Mulisch zijn wereldbeeld aan ophangt.
Het is als met het schilderij van Magritte waarop een pijp is afgebeeld. Eronder staat: Ceci nx92est pas une pipe. Het geschilderde is namelijk geen pijp, het is een afbeelding van een pijp. Zo kan van Mulisch zoals die in zijn werk voorkomt gezegd worden: Ceci nx92est pas un Mulisch x96 het is een beeld van Mulisch, door hemzelf gecrexeberd. Je kunt in Herter Mulisch herkennen, maar ze vallen niet volledig met elkaar samen.

Het idee voor een experiment waarin een bestaand persoon in een fictieve situatie wordt geplaatst om hem op die manier beter te leren begrijpen (Hitler die een zoontje heeft) wordt in de roman door de schrijver Herter geopperd. Maar in feite is het een experiment van de schrijver Mulisch: die bedenkt de fictieve situatie van Hitler met een zoontje. In de romanwerkelijkheid is daarvan geen sprake: Herter krijgt het verhaal over dat zoontje namelijk gepresenteerd als realiteit, en dus niet als fantasie.

Ook in deze roman goochelt Mulisch met biografische gegevens. Het gezin Herter komt overeen met dat van Mulisch: een 72-jarige schrijver, jonge vriendin, zoontje, echtgenote, twee volwassen dochters. Mulisch modelleerde de kamer van het echtpaar Falk naar de kamer die zijn bejaarde moeder in San Francisco bewoonde. De achternaam Falk had ook de huishoudster Frieda Falk, die Mulisch verzorgde nadat zijn ouders scheidden en zijn moeder naar Amsterdam vertrok.
Harryx92s toenmalige teckel Schloempie (in brieven aan zijn vader op zx92n Duits Schlumpi geheten) wordt in Siegfried samen met Hitlers herdershond Blondi uitgelaten (blz. 189). De Uitvinding van de Liefde is een meesterproef als De ontdekking van de hemel, en in Herters debuut De vogelverschrikker kan archibald strohalm herkend worden.

Buiten de oevers
Voor hem waren er steeds die twee werelden, allebei even werkelijk: de wereld van zijn individuele ervaringen en de wereld van de mythische verhalen; die moesten op een organische manier zoiets als een chemische verbinding met elkaar aangaan en een nieuwe verbinding vormen, x96 pas dan ontstond het soort boek dat hij wilde schrijven. (Siegfried, blz. 60)

Dit citaat gaat op voor de besproken boeken, en ook voor de talrijke romans, novellen en verhalen die Mulisch verder nog publiceerde. De diverse onderdelen van het oeuvre vormen een eenheid x96 maar volgens Mulisch heeft hij die niet bewust nagestreefd.

Als ik iets geschreven heb, blijkt dat vervolgens heel goed overeen te stemmen met wat ik eerder heb gedaan, zonder dat ik daarnaar gestreefd heb. Er wordt altijd gezegd dat mijn oeuvre zo stevig in elkaar zit. Ik doe maar wat en dan blijkt het altijd stevig in elkaar te zitten. (Het voorbestemde toeval, blz. 151)

In De ontdekking van de hemel gaat het over het gedoemde samengaan van mens en techniek. Een gelukkiger combinatie is die van mens en kunst, die, zoals bij Mulisch, leidt tot een literair oeuvre x96 dat in zijn geval het product is van ervaring en verbeelding.
De ervaring is het leven dat hij leidde, de wonderlijke bron waaruit hij is voortgekomen: zijn ouders waren in Nederland allochtonen, maar door hun zo verschillende achtergronden en karakters waren ze ook allochtonen voor elkaar. Net als het personage Quinten is Mulisch gevormd door de huiselijke omstandigheden waarin hij opgroeide x96 en bovendien door de Tweede Wereldoorlog, die het decor van zijn puberteit was en die in zijn fictionele en non-fictionele oeuvre een constante werd.
Mulischx92 verbeelding werd gevoed door de schrijvers bij wie hij zich thuis voelde: Goethe, Thomas Mann, Dostojevski en Kafka. De unieke combinatie van Mulischx92 leven, zijn verbeelding en zijn scheppingsdrang resulteerde in een oeuvre (een onsterfelijk lichaam) dat zijn schepper zal overleven.
Dat zijn werk ook door komende generaties gelezen zal worden, moet voor de auteur van De pupil en andere zelfverzekerde teksten vanzelf spreken. Maar dat is hem niet genoeg.

Bovendien wil ik, dat mijn leven buiten zijn oevers treedt en een eigen leven gaat leiden. Ik wil, dat er nog nagedacht wordt over Frieda en Schloempie als ik er al lang niet meer ben. Ik wil dat mijn leven ieders eigendom wordt, zodat ik zelf door de achterdeur kan verdwijnen. (Mijn getijdenboek 1927-1951. Zijn getijdenboek 1952-2002, blz. 102)

Op 30 oktober 2010, om acht uur in de avond, is Harry Mulisch door de achterdeur verdwenen.

Besproken boeken
De ontdekking van de hemel : roman [eerste druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 1992.
De Procedure : roman [eerste druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 1998.
Siegfried. Een zwarte idylle [eerste druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 2001.

Gebruikte bronnen
Harry Mulisch, Bericht aan de rattenkoning [negende druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 1981.
Harry Mulisch / Marita Mathijsen [samenstelling], De mythische formule. Dertig gesprekken 1951-1981 [eerste druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 1981.
Harry Mulisch, De Aanslag : roman [elfde druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 1983.
Harry Mulisch, De zuilen van Hercules [eerste druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 1990.
Harry Mulisch, De pupil [vijfde druk]. In: Vijf fabels [eerste druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 1995.
Harry Mulisch, Zielespiegel. Bij wijze van catalogus [eerste druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij / Stedelijk Museum, 1997.
De sprekende ezel [televisieprogramma]. Ikon, 2000.
Harry Mulisch, Voer voor psychologen [achttiende druk]. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 2001.
Marita Mathijsen, Het voorbestemde toeval. Gesprekken met Harry Mulisch [eerste druk]. Amsterdam: De Bezige Bij, 2002.
Harry Mulisch / Onno Blom, Mijn getijdenboek 1927-1951. Zijn getijdenboek 1952-2002. Amsterdam: De Bezige Bij, 2002.
Onno Blom, Mulisch en het woord. 75 jaar leven en 50 jaar werk. [7 cdx92s]. Hilversum: Teleac/NOT, 2002.

Noten
1. De roman die Anton Steenwijk kocht was getiteld Archibald Strohalm – later veranderde Mulisch de titel van zijn debuutroman in archibald strohalm.
2. Johannes Hendricus Donner (1927-1988) genoot grote faam als schaker. Hij was bekend onder de naam Jan Hein Donner, voor vrienden kortweg Hein. Mulisch droeg Het beeld en de klok (1989) aan hem op: x91Aan de nagedachtenis van Hein Donner, mijn aartsvriendx92. Donner was behalve schaker onder meer publicist. Hij wijdde drie boeken aan Mulisch: Mulisch, naar ik veronderstel (De Bezige Bij, 1971), Jacht op de inktvis (De Arbeiderspers, 1975) en Van Mulischx92 Oude lucht: Een droomanalyse (BZZTxf4H, 1979). In de verfilming The Discovery of Heaven (2001) werd op verzoek van Mulisch de rol van Onno vertolkt door de Britse komiek, acteur en schrijver Stephen Fry (1957). Niet alleen leek deze op Donner, hij bleek bekend te zijn met de schaker, en had bovendien evenals Onno een talenknobbel.
3. Ook de geschiedenis van de melkbroers heeft een biografische achtergrond. Na de geboorte van Mulisch had zijn moeder een overschot aan melk, waarmee behalve Harry een drieling gevoed werd. Mulisch, die dit in 1995 van zijn moeder vernam, heeft via het televisieprogramma Spoorloos getracht met deze drieling in contact te komen. Ze waren alledrie al overleden, maar kwamen in De procedure tot leven.
4. In zijn artikel x91Alles heeft betekenis. Twee details in De procedurex92 (Hollands Maandblad 2003 – 12) maakt Leo Hermans aannemelijk dat Mulisch zich bij het schrijven van de Burchtscxe8ne heeft laten inspireren door het boek Praga magica (1973) van Angelo Maria Ripellino x96 hij ontleende er het illustere gezelschap van wetenschappers, kunstenaars, een filosoof et cetera aan dat bij de keizer te gast is. Als x91dank voor het lenenx92 heeft Mulisch de x91duivelskunstenaarx92 Ripellino aan het gezelschap toegevoegd.
xa9 Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

31 October 2010
By on 10:45
Star Trek Wars

Dat ze Jasper in de gaten had was in theorie een kans van een op veertien maar in de praktijk zou die kansberekening waarschijnlijk een te optimistische voorstelling van zaken zijn. Want ga maar na: er zaten veertien jongens in de klas die ieder maar met een nieuw meisje te maken hadden, terwijl nieuwkomer Sylvia geconfronteerd werd met veertien jongens waar zij uit wijs moest zien te worden. Dat zij na een dag al van hem zou dromen leek Jasper dan ook niet waarschijnlijk, terwijl hij meteen al wel ver haar begon te dagdromen. Nog twee weken, dan was het Bevrijdingspop x96 stel je voor dat hij het voor elkaar kreeg samen met haar te gaan. De hoofdact was dat jaar Botannica, de beste Engelse heavy indieband.

    Het duurde vijf schooldagen voordat hij haar anders dan alleen vluchtig in het voorbijgaan kon observeren. Vanaf de eerste dag was Sylvia bijna constant omgeven geweest door andere meiden uit de klas, het leek wel alsof ze probeerden haar af te schermen van de jongens. Maar op de vijfde dag stond hij wachtend tot ze de klas in konden vlak bij haar op de gang. Dat ze gitzwart haar had was hem natuurlijk al eerder opgevallen x96 maar het leek wel of ze ook zwarte pupillen had! En nog sproeten op de koop toe. Ze droeg een zwart T-shirt waarop een ruimteschip een benijdenswaardige baan om haar borsten beschreef. Er stond iets onder het ruimteschip geschreven dat Jasper probeerde te ontcijferen zonder haar de indruk te geven dat hij naar haar borsten staarde. Het kostte hem door de spanning in zijn maag moeite om te lezen wat er stond. Star Trek, las hij toen hij zag dat ze niet in zijn richting keek. Daarna ging zijn blik weer omhoog, naar het ruimteschip en de benijdenswaardige baan dat het beschreef.

    Star Trek, Star Trek, ging het tijdens de resterende lessen van die vrijdag door hem heen. Daar hield ze van. Hij wist zo goed als niets van Star Trek en moest er zo snel mogelijk zo veel mogelijk over te weten zien te komen. Daarvoor kon hij oom Wies inschakelen, de eigenaardige broer van zijn vader. Er meteen na school maar naartoe fietsen.

*

x91Neef Jasper! Kom binnen.x92

    Hij gaf zijn oom een hand. Oom Wies was twee jaar jonger dan zijn vader maar zag er ouder uit. Volgens Jaspers moeder kwam dat doordat hij de zorg van een vrouw miste. Op Jasper maakte oom Wies niet de indruk dat hij iets in zijn leven miste: hij straalde vrolijkheid uit en leek het allerminst erg te vinden dat hij geen vrouw had. Of geen werk. Hij leefde van een uitkering waar hij ondanks zijn dure hobby op de een of andere manier van rond wist te komen. Aan kleding zou hij in elk geval weinig geld uitgeven: altijd als Jasper hem zag droeg hij een spijkerbroek en een T-shirt en had hij een petje op waar zijn resterende haar als franje onderuit kwam pieken. Misschien was het een petje met haren eraan. Op het T-shirt dat hij aanhad toen Jasper aanbelde stond net als op dat van Sylvia een ruimteschip afgebeeld maar niet hetzelfde. Dat zou al te toevallig geweest zijn. Het beschreef een baan om wat de borsten van oom Wies genoemd konden worden: hij was een stevige bierdrinker en had niet alleen een bierbuik maar ook bierborsten.

    x91Wat verschaft me de eer van je bezoek?x92 zei oom Wies.

    x91Ik moet een werkstuk over Star Trek maken,x92 zei Jasper, terwijl hij in de woonkamer zijn rugzak op de grond legde en op de bank ging zitten. Aan de muur hingen Star Trekposters, er was een vitrine gevuld met miniatuurruimteschepen en poppen van de Star Trekpersonages en de boekenkast bevatte behalve tientallen boeken over Star Trek een immense collectie dvdx92s. Allemaal Star Trek.

    x91Dan ben je aan het goeie adres,x92 zei oom Wies. x91Wil je wat drinken? Ik heb geen fris, alleen bier.x92

    x91Dat is goed,x92 zei Jasper. Hij vroeg zich af of hij daar op den duur ook borsten van zou krijgen of dat zijn moeder het maar verzonnen had, dat je als man van bierdrinken bierborsten kreeg. Ze mocht oom Wies niet, ze vond hem x91engx92 en had een keer tegen Jasper gezegd dat het haar niet zou verbazen als haar zwager onder de tatoeages zat. Dat zouden dan wel Start Trektatoeages zijn.

    Oom Wies keerde met twee blikjes bier terug uit de keuken. Hij reikte zijn neef er een aan en ging tegenover hem op een stoel zitten.

    x91Een spreekbeurt over Star Trek, mooi, mooi. Over welke serie ga je het hebben? Of moet het over de films gaan?x92

    Welke serie? Waren er dan meerdere?

    x91Er zijn vijf series. TOS, TNG, DSN, Voyager en Enterprise.x92

    Jasper keek zijn oom vragend aan. Tie Oo Es? Tie En Dzjie? Die Es En?

    x91Ik hoor het al, je bent een leek. Laat ik het kort proberen samen te vatten. De eerste serie heette gewoon Star Trek, maar omdat er daarna nog andere series kwamen wordt het tegenwoordig TOS genoemd, The Original Series. De roerganger van Starship Enterprise is captain James T. Kirk. Die T. staat voor Tiberius. Dat weten niet veel mensen, sla je een goed figuur mee als je dat in je spreekbeurt noemt. Dr. McCoy noemt de captain Jim, Kirk noemt McCoy Bones. Star Trek was in de jaren zestig een baanbrekende serie, bedacht door Gene Roddenberry. Hij kreeg voor elkaar wat in de Amerikaanse samenleving nog lang niet mogelijk was: mensen met alle mogelijke etnische achtergronden, inclusief een half mens, halve Vulcan, op basis van gelijkwaardigheid met elkaar te laten omgaan. De keer dat Kirk Uhura kuste, dat was op de Amerikaanse tv nog nooit vertoond. Een blanke man die een zwarte vrouw kust! William Shatner kuste Nichelle Nichols opzettelijk zo dat het vol in beeld kwam.x92

    Jasper nam een slok bier. Dit was pas de eerste serie, als het zo doorging zou het een lang college worden. Maar oom Wies ging met grote stappen door de andere series.

    x91De tweede serie was The Next Generation, met captain Jean-Luc Picard. En dan heb je nog Deep Space Nine, waar captain Sisko de leiding heeft, en Star Trek Voyager, met captain Kathryn Janeway. En niet te vergeten met Seven of Nine, gespeeld door Jeri Ryan. Ah, de mooiste vrouw op aarde. Wat zeg ik, in het universum! Als ik in Amerika woonde zou ik het wel weten!x92

    Hij staarde dromerig voor zich uit. Jasper zag hem voorovergebogen op zijn stoel zitten, de ellebogen steunend op zijn kniexebn, de bierbuik rustend op zijn dijen. Als oom Wies in Amerika woonde? Dan zou die Seven of Nine het ook wel weten x96 en bij hem uit de buurt blijven.

    x91Laat Enterprise maar zitten,x92 ging oom Wies verder. x91Die serie werd na vier seizoenen opgedoekt. Wanneer moet je spreekbeurt af zijn?x92

    x91Maandag,x92 zei Jasper.

    Oom Wies stond op en liep naar de boekenkast. x91Jammer, dat is te kort dag om alles bekeken te krijgen. Ik heb hier staan 79 afleveringen van The Original Series, 176 Next Generation, 176 Deep Space Nine, 172 Voyager en 98 Enterprise. En dan nog de tien speelfilms. O, ik zou The Animated Series haast vergeten. Die is waanzinnig goed, met de stemmen van de acteurs uit The Original Series. En in die serie zit de enige keer dat Kirk Beam me up, Scotty zegt!Weet je wat ik doe, ik geef je de encyclopedie mee. Daar kan je alles in vinden wat je nodig hebt voor je spreekbeurt. Misschien is het een idee om het over de Borg te hebben: die kunnen je assimileren, waardoor je deel gaat uitmaken van het Borgcollectief. Picard is een tijdje geassimileerd geweest. Dat assimileren kan je beschouwen als een metafoor voor wat ons allemaal overkomt. We komen als individuen ter wereld maar we worden voor we er erg in hebben onderdeel van het collectief, we worden geassimileerd door de maatschappij. Klaargestoomd voor wat onze taak op aarde is: consument zijn.x92

*

Jasper fietste naar huis met in zijn rugtas gelukkig alleen de encyclopedie en niet de enorme collectie dvdx92s. Die had er niet eens in gepast. Hopelijk stond in de encyclopedie inderdaad alles wat hij nodig had om binnen drie dagen een Star Trekspecialist te worden. Van de ellenlange uitleg van zijn oom was hij tureluurs geworden. Wat had hij gezegd? Er was in de jaren zestig in Amerika een schandaal uitgebroken omdat captain Kirk een hoer gekust had?

    Thuisgekomen ging hij het enorme boek op zijn kamer bekijken. Het heette voluit Star Trek Encyclopedia x96 A Reference Guide to the Future en was geschreven door Michael en Denise Okuda. Hij bladerde het door en zijn oog viel daarbij op een van de trefwoorden: Benzocyatizine. Hoe zou je dat uitspreken? En wat was het? Het was x91medication used to adjust the levels of isoboramine in joined Trillx92 x96 hij zou kunnen proberen de definitie uit zijn hoofd te leren maar het leek hem nou niet direct het soort parate kennis waarmee hij op Sylvia indruk zou maken. Tenzij haar Star Trekpassie even hysterisch was als die van oom Wies.

    Het hele weekend was Jasper verdiept in het 630 paginax92s tellende boek. Toen op maandagochtend de wekker afliep had hij het idee dat hij als het moest een spreekbeurt van zes uur over Star Trek zou kunnen houden.

*

Met een hoofd vol feitjes zette hij op school aangekomen zijn fiets in het rek. Terwijl hij bezig was hem op slot te zetten werd er in het vak ernaast een fiets geparkeerd. Het stuur ervan bleef hangen aan de kabel van zijn handrem. Jasper keek op om te zien wie de dader was. Sylvia!

    x91Oeps, we zitten aan elkaar vast,x92 zei ze.

    Hij stond er zelf versteld van dat hij in haar nabijheid zo ad rem kon reageren maar hij deed het. x91We worden geassimileerd!x92

    x91Wat?x92

    x91Door de Borg. Net als Picard.x92

    x91Sorry, ik heb geen idee waar je het over hebt,x92 zei ze.

    x91De Borg. Uit Star Trek. Daar had je vrijdag een T-shirt van aan.x92

    x91Nee, dat was Star Wars.x92

    Jasper voelde zichzelf verschrompelen en door de grond zakken. Maar toen hij haar in zijn verschrompelde toestand aankeek zag hij dat ze naar hem glimlachte. En hij zag niet alleen haar glimlach. Hij zag ook wat er stond op het T-shirt dat ze droeg: Botannica.

xa9 Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden

30 June 2010
By on 06:59
Begrafenisconference

Vanmiddag werd mijn moeder begraven. Zij was een bijzondere en markante vrouw geweest en verdiende een uitvaart die evenmin alledaags was. Ik dacht dagenlang na over woorden die haar recht zouden doen. Maakte er geen aantekeningen voor maar onthield wat me te binnen schoot: het enige wat nog moest gebeuren was wat er in mijn hoofd zat uit mijn mond te laten komen. Dat is geloof ik aardig gelukt, er waren nauwelijks haperingen en er waren geen emoties die het spreken in de weg zaten. Na thuiskomst heb ik wat ik gezegd had geprobeerd te reproduceren, opdat ik het niet zou vergeten. De niet al te plechtige plechtigheid ging van start met muziek.

[Muziek: Ella Fitzgerald x96 Donx92t Fence Me In]

Lang geleden kocht mijn vader een bandrecorder omdat zijn zwager dat ook gedaan had. Het was een primitief apparaat, als je wat van de radio wilde opnemen dan moest je de microfoon bij de speaker houden. Een van de eerste dingen die we opnamen was een gesprek aan tafel, tijdens het avondeten. Zox92n opgenomen gesprek is voor ons een leuk aandenken maar het heeft natuurlijk niet de historische waarde van Hitlers tafelgesprekken. Het is niet meer te achterhalen wanneer precies die opname gemaakt is, maar een indicatie is dat Ellen nog niet goed kon praten. Het moet dus geweest zijn ergens tussen 1969 en 1984.

Er wordt op die bandopname niet alleen gesproken, ook gezongen. Mijn moeder zingt een paar liedjes samen met haar vader, ze zingt ook alleen, bijvoorbeeld Donx92t Fence Me In. Ze doet dat zonder begeleiding en dat is vele malen moeilijker dan wat Ella Fitzgerald zojuist liet horen. Want ja, als een orkestje ons begeleidt kunnen we allemaal zingen. Mijn moeder was verzot op The Great American Songbook, de liedjes van de jaren dertig en veertig. Ze kocht als tiener de Tuney Tunes, daar stonden songteksten in. Als de liedjes op de radio waren zong Betty ze mee, als ze niet op de radio waren zong ze ze ook, aan de hand van die teksten. Het was een liefde voor muziek die ze van haar vader had, die ook het internationale amusementsrepertoire kende en zong. Die muziekliefde is via mijn moeder dan weer bij mij terechtgekomen. Maar, om Simon Carmiggelt te citeren: de vrees dat ik zal gaan zingen is ongegrond. Daar hebben we een deskundige voor uitgenodigd.

Je moeder die er niet meer is, daar zijn geen woorden voor. Wanneer het ook gebeurt, hoe het ook gebeurt, het is verschrikkelijk. In 2000 werd er bij haar een aandoening geconstateerd waarbij de prognose was dat ze nog ongeveer een jaar te leven had. Dat het maar liefst negen jaar geleden is dat die diagnose gesteld werd is ook iets waar geen woorden voor zijn. Betty kreeg aanvankelijk veel medische aandacht, zo nu en dan ontving ze via een infuus een botversterkend middel, ze kwam ook regelmatig ter controle bij de internist. Maar na zes jaar zei die dat het voortaan wel via de huisarts geregeld kon worden. Dat was deels omdat de medische omstandigheden ernaar waren, voor een deel ook was het voor die internist een kwestie van zichzelf ontzien. Want mijn moeder op consult krijgen was geen sinecure. Ellen vertelde me een keer dat Betty bij zox92n gelegenheid over een dikke enkel klaagde en voor de internist het besefte lag er een been op zijn bureau.

Het was de afgelopen jaren voor mijn moeder vallen en opstaan, soms letterlijk. Zo kwam ze vorig jaar op straat ten val. En hoe ze het klaarspeelde… heel haar gezicht was blauw uitgeslagen, haar ogen zaten dicht en tussen de wenkbrauwen zat een enorme bult. Ik weet niet of er behalve Francesca aanwezigen zijn die verstand hebben van Star Trek, maar ze leek wel een Klingon. Een paar maanden geleden viel ze in huis en liep daarbij scheurtjes in haar bekken op. Ook toen zag het ernaar uit dat ze er weer bovenop zou komen. Ze werd bij Preva gerevalideerd, ik maakte een sessie met de ergotherapeute mee. Die probeerde het voor elkaar te krijgen dat mijn moeder zelfstandig van de rolstoel in bed kwam. Ik moedigde Betty aan door te zeggen dat ze na het herstel weer met de rollator naar buiten zou kunnen. De therapeute keek me verbaasd aan, ze had kennelijk idee dat mijn nog maar zesendertig kilo wegende moeder met haar rollator wat door het huis scharrelde, dat dat het maximaal haalbare was. Toen ik zei dat er als ze met die rollator over straat ging een uitbundige hond aan vastzat, was de verbazing helemaal groot.

Het laatste jaar met Betty beleefden we intens. Op de vorige verjaardag van Ellen was ze toen we uit eten gingen nog nadrukkelijk aanwezig, een paar dagen later lag ze op de hartbewaking. Een hartklep functioneerde niet goed, ze werd beademd. Je zou zeggen dat je dan maar beter met roken kunt stoppen, maar ze was niet iemand die daarvan te overtuigen was. Je trof een peuk in de asbak aan en ze zei daarvan dat die er al gelegen had, de volgende keer zei ze dat ze de sigaretten niet helemaal oprookte x96 smoezen waar je als kind niet bij je ouders mee aan moet komen maar waar je als ouder kennelijk wel mee bij je kinderen aan kunt komen. Ze rookte stug door en binnen de kortste keren had ze meer as geproduceerd dan er over zou blijven als ze gecremeerd werd.

Een paar weken geleden, toen ze in Preva revalideerde, werd ik om halfacht x92s avonds opgebeld, Betty vroeg of ik langs kon komen, ze moest me wat voorlezen. x91Lees maar voor,x92 zei ik. Nee, ik moest ervoor langskomen. Toen ik er was zei ze dat ze dat van het voorlezen maar gezegd had omdat er een verpleegster op de kamer geweest was. In werkelijkheid wilde ze dat ik sigaretten voor haar ging kopen. Dat ging niet omdat ik geen geld bij me had, en dat zorgde bij haar voor paniek. Ik keek in het pakje, er zaten nog acht sigaretten in. Daar haalde ze voor haar gevoel de ochtend niet mee. In de laatste weken bij Preva was roken voor haar een verzetje waar ze niet buiten kon. In een uur tijd rookte ze vier sigaretten en op het laatst duurde een uur hooguit driekwartier.

Het is meerdere malen gebeurd dat mijn moeder door dit of dat immobiel raakte en dat betekende dan dat Ellen en ik driemaal daags de hond moesten uitlaten en andere zorgtaken te vervullen hadden. Als dat weer eens aan de orde kwam was onze eerste reactie: Godverdekutkolerekanker x96 sorry, maar mijn moeder hield erg van vloeken. We zouden het dan ook fijn vinden als jullie in de komende tijd af en toe aan haar dachten en dan hartgrondig vloekten, dat hebben wij ook vaak gedaan. We lieten de hond uit en we deden boodschappen. Na een paar dagen werd dat routine en bovendien was het zoals het hoorde. Wij waren er voor onze moeder in haar laatste jaren zoals zij er voor ons was in onze eerste jaren. Ze heeft onze luiers verschoond. Aan mijn eigen luiers heb ik geen herinneringen, wat de luiers van Ellen betreft zou ik graag willen dat ik er geen herinnering aan had. Als die verschoond werden ging ik maar buiten spelen of naar de bioscoop of ergens logeren. Tegenwoordig heb je Pampers, als die vol zijn gooi je ze uit het raam, vroeger had je katoenen luiers die hergebruikt werden. Mx92n moeder veegde ze schoon en daarna werden ze gewassen. Op de hand. Maar niet alleen was het vanzelfsprekend dat wij voor haar zorgden, het gaf ons ook de kans haar praktisch dagelijks te zien x96 nog dagelijks contact hebben met je moeder is niet iedereen die van middelbare leeftijd is gegeven.

Het einde kwam geleidelijk. Ze gleed langzaam weg, zonder pijn te lijden. Op beperkte schaal was er tot op het eind communicatie mogelijk. Je zei x91Dagx92 en ze zei x91Dagx92 terug, je vroeg: hoe het ging en ze antwoordde: x91Goed. En met jou?x92 En op de laatste dag zei ik x92s middags: x91Straks komt Ellen, vind je dat leuk?x92 Ze zei: x91Ja, leuk.x92 Ze overleed op een manier waarvan je zou zeggen: zo zou ze het gewild hebben. Maar eigenlijk zou ze natuurlijk het liefst zijn blijven leven. Haar laatste jaren bracht ze door in een huis waar ze het naar haar zin had, in een buurt waar ze het naar haar zin had. Ze ging x92s middags voor de tv zitten om Murder She Wrote te zien, ik nam A Touch of Frost voor haar op, Columbo en andere series waar ze gek op was. Ze keek ernaar met een sigaretje en een kop koffie x96 niet te veel koffie want dat was niet goed. En x92s avonds ging de radio aan. Ze luisterde naar Met het oog op morgen, en praatprogrammax92s tot ver in de nacht. De radio was een levenslange liefde. In de jaren vijftig luisterde ze via de radiodistributie naar de boekenrubriek van P.H. Ritter jr., dat gebeurde onder etenstijd en dan moesten haar ouders stil zijn.

Er was een programma waar ze speciaal voor ging zitten, dat was het programma dat ik met Esther en Hans voor Radio West maakte. Ze was er erg trots op dat ik dat deed, zoals zij, en ik helemaal, er trots op was dat Ellen vorig jaar afstudeerde met een scriptie die voor twee prijzen genomineerd werd. Als we uitzending hadden dan stonden er bij mijn moeder drie radiox92s aan en was ze twee uur lang aan de speakers gekluisterd. Ze had behalve voor mij grote waardering en bewondering voor de vele rollen die Hans speelde en voor zijn zingen. Anderhalf jaar geleden bezochten we samen een Speenhoffvoorstelling die Hans en Norma verzorgden. Daar genoot mijn moeder zeer van, vandaar dat we Hans gevraagd hebben een lied van Speenhoff te vertolken.

[Muziek: Hans x96 Het broekie van Jantje]

[Nadat het applaus geklonken heeft.] Als mijn moeder ergens een hekel aan had, dan was het applaus op een begrafenis. Een paar weken geleden was ik bij haar en vertelde dat Simon Vinkenoog overleden was. Dat had ze uiteraard al op de radio gehoord. Ik zei dat er niet veel kleurrijke figuren van die generatie over waren. x91Alleen jij nog.x92 Daar moest ze erg om lachen. Ze was kleurrijk in de kleding die ze droeg. In Preva zat ze in haar rolstoel in een spijkerbroek, met een oranje jasje aan en een roze pet op. We waren afgelopen weekend in haar huis en ik bekeek de kleerkast, waarin zich een massa felgekleurde jasjes bevond x96 ze had dingen in de kast liggen die volgend jaar pas in de mode komen. Ik paste een paar paarse schoenen, ik vond dat ze me wel goed stonden maar kon dit niet van Ellen bevestigd krijgen.

Ze was ook kleurrijk qua karakter. De meeste aanwezigen weten dat uit de eerste of tweede hand. Sjaantje en Jan zijn met haar opgegroeid, Annelies, Helma en Francesca horen al dertig jaar via Ellen over haar. Een vriendin van mij liet vorig jaar weten dat ze onmiddellijk een glimlach op haar gezicht kreeg als ik in een mail over mijn moeder begon. Betty had uitgesproken meningen maar kon ook van mening veranderen en als je haar daarop attendeerde, zei ze: x91Ik evolueer.x92

Ellen en ik hadden een heel andere puberteit dan andere kinderen. Die rebelleerden tegen hun ouders, wij hadden af en toe een karakterbotsing, meer niet. Mijn ouders keken naar de Fred Hachxe9 Show, ze hadden elpees van Neerlands Hoop. Mijn moeder had een bewonderenswaardige hekel aan politici, leden van de koninklijke familie en christenen. Hoe kan je daar als puber nou tegen in opstand komen. Ze bezocht het Vrouwenhuis x96 dat was niet een huis voor vrouwen die mishandeld waren maar een huis waar vrouwen die daar lol in hadden andere vrouwen konden ontmoeten. Ze las de Opzij totdat ze het blad te tam vond worden. Ze liep mee in vredesdemonstraties, ze mobiliseerde ons toen er in Amsterdam krakersrellen waren en zo trok het hele gezin naar de Vondelstraat.

Ze was ruim van geest. We waren eens op een zondagmiddag op visite bij een collega van mijn vader. Die reikte mijn vader toen we vertrokken iets aan wat in kranten gewikkeld was. De volgende dag was mijn vader naar zijn werk, mijn moeder was Ellen uit school gaan halen. Ik doorzocht vergeefs het huis, totdat mijn moeder thuiskwam en wees op een schoenendoos in een kast: die bevatte seksblaadjes als de Candy, de Chick, de Rosie x96 reuze interessant natuurlijk voor een veertienjarige. Het was de geschiedenis die zich herhaalde. In de jaren dertig nam mijn opa uit Zuid-Amerika exemplaren mee van Media Noche die onschuldig naakt bevatten. Die liet hij zien aan vrienden die op bezoek kwamen x96 toen mijn moeder in de puberteit kwam had ze ze ontdekt. Ik was een jaar of vijf, ik herinner het me niet, toen moet opa me die blaadjes getoond hebben. Zo is het allemaal gekomen.

Maar nou komt het: een paar jaar later x96 de dokter zegt: je moet erover praten x96 ik was zeven of acht. Ellen was er nog niet en uit de navolgende anekdote zal blijken hoe dat kon. Ik ontdekte in het gootsteenbakje een wat merkwaardig gevormde ballon. Ik vroeg mijn moeder wat dat voor ballon was, ze zei: x91Gooi dat ding toch weg.x92 Ze verdween naar de huiskamer, keerde terug, ik liet de ballon inmiddels vol water lopen. Ik vroeg nogmaals wat dat voor ballon was, en toen sprak ze de legendarische woorden: x91Die heeft je vader nodig voor zijn werk.x92 Een van de toppers van The Great American Songbook is getiteld: Nice work if you can get it.

We zijn daarmee weer terug bij de muziek. Mijn moeder hield van The Great American Songbook, maar bleef daar niet in hangen. Ze nam mij toen ik net zes was mee naar de bioscoop om de film A Hard Dayx92s Night te zien. Ik zeg altijd dat mijn moeder de eerste moeder was die de Beatles goed vond x96 [Francesca schudt hoofd] x96 nee, dat was de moeder van Francesca, die groeide op in Liverpool en heeft daar nog in de Cavern gedanst. Maar mijn moeder was de enige moeder die later de Beatles ouderwets en kinderachtig vond. Ik weet niet hoe ze over punkmuziek oordeelde, maar ze vond het bijbehorende kapsel dat Ellen destijds droeg wel lollig. Ze hield later van Robbie Williams en na diens dood ook van Elvis: de dood heeft wat dat betreft vaak een gunstige uitwerking. Zo ook die van Freddie Mercury, wiens stem haar raakte. Ze was tot aan haar zeventigste, toen ze vanwege het bereiken van die leeftijd zeer tegen haar zin moest stoppen, begeleidster van gehandicaptenvervoer, en als de stem van Freddie op de radio kwam dan zei de chauffeur: x91Ga je weer huilen, Betty?x92

Tot besluit The Great American Songbook nog een keer. Dat onze moeder dood is, is te erg voor woorden en daarom staan we niet bij haar dood stil maar houden we het bij herinneringen aan haar leven, we proberen de nadruk op het positieve te leggen. Vandaar dit nummer van Bing Crosby, ofwel Bink Rosbief, en The Andrews Sisters.

[Muziek: Bing Crosby & The Andrews Sisters: Ac-cent-tchu-ate The Positive]

xa9 Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

29 July 2009
By on 21:32
Het meisje dat niet kon boeren

Nog niet zo lang geleden was er een meisje dat niet kon boeren. Ze heette Lobke. Haar ouders maakten zich vanaf Lobkes geboorte grote zorgen om haar. Als ze gevoed was met een flesje hield haar moeder haar over haar schouder en klopte op haar ruggetje en wachtte op een boertje. Maar dat boertje kwam niet. De ouders van Lobke namen haar mee naar de huisarts. De huisarts meende dat het geen kwaad kon dat Lobke niet boerde maar dat goede nieuws luchtte de ouders niet op. Lobke mocht dan wel gezond zijn, in gezelschap zouden de ouders voor gek staan als hun dochter niet bleek te kunnen boeren. In Japan en in grote delen van China was het een teken van beleefdheid als je na het eten een boertje liet. Daarmee gaf je te kennen dat het eten je gesmaakt had.
Lobke werd een tiener die nog nooit geboerd had. Ze zat in de klas met kinderen die de ene boer na de andere lieten, als de leerkracht zich naar het bord gekeerd had. De kinderen kregen al snel door dat Lobke anders was, en zij meden haar. Lobke vond dat niet erg, want ze was een in zichzelf gekeerd meisje, dat meer belangstelling had voor de boeken die ze las dan voor de kinderen in haar klas.
Nadat ze van school gekomen was, ging Lobke werken in de bloemenwinkel van haar moeder. Van bloemen hield ze net zoveel als van boeken. Ze wist van alle bloemen de Latijnse namen. Dat was iets waar ze in haar werk niet veel aan had, want de klanten noemden de bloemen die ze wilden kopen gewoon bij hun Nederlandse namen. Tulpen, rozen, chrysanten. Soms wezen ze alleen maar.
Op een dag, toen Lobke zeventien jaar was, kwam er een jongen van ongeveer haar leeftijd in de winkel. Het was een erg knappe jongen, veel knapper dan de jongens die er bij haar in de klas hadden gezeten. Dat waren jongens die haar niet gexefnteresseerd hadden x96 en zij moesten ook niets van Lobke hebben, omdat ze niet kon boeren.
Lobke keek de jongen aan en deed dat kennelijk iets te lang, want hij bloosde en toen hij sprak stotterde hij. Als Lobke een normaal meisje geweest was zou ze misschien ook gebloosd en gestotterd hebben. Maar Lobke was geen normaal meisje. Ze zag de jongen om haar blozen, ze hoorde hem stotteren. Ze raakte in grote verwarring door de verwarring die ze teweeg had gebracht.
En ze liet een keiharde boer.
De jongen heette Edward en toen hij uitgestotterd was vroeg hij nog altijd blozend of Lobke zin had die avond met hem naar de film te gaan. De bos rode rozen die hij gekocht had gaf hij toen hij x92s avonds bij de bioscoop arriveerde aan Lobke, die daar zo beduusd van was dat ze midden in Edwards gezicht een enorme boer liet.
Enfin, ze trouwden natuurlijk, dat zat er dik in.
Een jaar of vijf later werd Rens geboren, een kerngezonde baby die de ogen van Edward had en de lach van Lobke. Lobke was een bijzondere baby geweest, Rens was het ook. Want pas toen hij vier jaar was begon hij te praten.
De eerste jaren had hij alleen maar geboerd.

xa9 Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

7 February 2009
By on 12:29
geselecteerd als gefixeerd bericht

AAN DE TOEVALLIGE/DOELBEWUSTE BEZOEKER

Deze weblog hoort bij de website href="http://www.buisdorp.com/">www.buisdorp.com,
die in een baan om de aarde werd gebracht ter gelegenheid van het verschijnen van mijn roman

die daar tijdelijk integraal online te lezen is. Mail eventueel naar: info@buisdorp.com

15 November 2006
By on 03:36
Gerard Reve

Ik zou het wel aardig vinden als ze zouden inzien dat ik voor mijn werk geleefd heb.Geen zonnetje in huis‘Mijn schrijven is altijd voorafgegaan en doortrokken geweest van angst; de angst van niet begrepen en opgesloten te worden, de angst voor de waanzin; de angst voor de Liefde; de angst voor de Dood; de angst voor het leven’ (Zondagmorgen zonder zorgen, p. 46).

Gerard Reve is een van de belangrijkste en geruchtmakendste Nederlandse schrijvers van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn persoon en werk hebben vaak opschudding verwekt maar leverden hem gedurende meer dan vijftig jaar ook talrijke bewonderaars op.
Gerard Kornelis van het Reve wordt op 14 december 1923 geboren te Amsterdam, als zoon van de journalist Gerard J.M. van het Reve en Janetta Jacoba Doornbusch. Twee jaar eerder was zijn eveneens literair begaafde broer Karel geboren, met wie hij een moeizame relatie zal hebben.

Gerard is een angstig en gevoelig kind, dat zich niet op zijn plaats voelt in het door hem als kil ervaren communistische milieu waarin hij opgroeit. Hij spreekt in 1991 in het televisieprogramma Alleen op de wereld van ‘een sterk gebrek aan een gevoel van geborgenheid’: ‘Ik kwam praktisch niet bij een gezin thuis of daar waren de mensen gelukkiger en waren de kinderen gelukkiger – dat dacht ik. Terwijl dat waarschijnlijk helemaal niet zo was. Maar daar was iets toverachtigs, iets wat er thuis niet was.’

Hoewel hij een ongelukkige jeugd kent, komt Reve voor wat betreft zijn schrijverschap uit een goed nest. In Elseviers Weekblad (20 augustus 1966) zegt hij: ‘Van mijn vader heb ik stellig de verbale intelligentie en het vermogen, mij op schrift uit te drukken, maar het diepste en wezenlijkste element in mijn kunstenaarschap – dat romantische heimwee naar liefde, waarheid en gerechtigheid – dat heb ik van mijn moeder’ (In gesprek, p. 102).
De periode van puberteit en adolescentie vat hij samen als: ‘Het was een leven van hunkering, masturbatoire visioenen, zenuwuitputting, depressies en wanhoop, alles met een zo levensblij mogelijk gezicht’ (Het Boek Van Violet En Dood, p. 179).

Gerard maakt het gymnasium niet af, voltooit wel een opleiding aan de Grafische School, en is in de jaren tot 1947 onder meer rechtbankverslaggever voor Het Parool. Schrijven heeft hij altijd al gedaan: het vroegste prozastuk in zijn Verzameld Werk (1998-2001), het verhaal ‘De Geschiedenis Van Krakra De Spreeuw’, dateert van 1932.
Met het verschijnen van de boeken De Avonden (1947; bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs), Werther Nieland (1949) en De Ondergang Van De Familie Boslowits (1950) is zijn plaats in de literatuur verzekerd, maar commercieel succes laat op zich wachten. Bovendien lijkt Reve na het verschijnen van deze boeken in een creatieve en persoonlijke crisis te zijn geraakt. Nieuw werk verschijnt mondjesmaat, en het is alsof hij zijn draai in het leven niet kan vinden.

Hij is ondanks zijn toen al manifeste homoseksualiteit in 1948 getrouwd met de dichteres Hanny Michaelis, een huwelijk dat acht jaar later ontbonden wordt. In de jaren 1952-1957 verblijft Reve in Engeland, waar hij drama studeert, als hulpverpleger in het National Hospital for Nervous Diseases werkt en een aantal Engelstalige novellen schrijft.
Zijn coming out als homoseksueel luidt zijn literaire renaissance in: de brievenboeken Op Weg Naar Het Einde (1963) en Nader Tot U (1966) kennen hoge verkoopcijfers – maar ze brengen hem ook in opspraak. Reve komt in deze boeken voor zijn homoseksualiteit uit, en belijdt daarnaast op een onorthodoxe wijze het geloof dat het best bij zijn karakter past. In de Haagse Post van 21 april 1962 zegt hij over het katholicisme:
‘Van alle vormen van beleving van christelijke openbaring vind ik het wel de volledigste, die mij het diepste raakt, eigenlijk. Omdat het katholicisme de diepste, grootste, hoogste mystiek en de allerkinderachtigste nuchterheid aan elkaar paart’ (In gesprek, p. 14).

Zijn literaire verwoording van een zeer persoonlijke godsbeleving en mythologie, waarin God zich aan hem openbaart in de gedaante van een muisgrijze ezel met wie hij gemeenschap heeft (een variant op de paring van mens en godheid in de Griekse mythologie) komt hem in het overwegend behoudend christelijke Nederland van de jaren zestig op een proces wegens godslastering te staan. Uiteindelijk wordt hij door de Hoge Raad vrijgesproken.
Reve’s werk wordt in 1969 bekroond met de P.C. Hooftprijs, en aan zijn oeuvre worden nieuwe hoogtepunten toegevoegd als De Taal Der Liefde (1972), Lieve Jongens (1973) en Een Circusjongen (1975). In 1974 wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. De ‘volksschrijver’ bekort zijn naam tot Gerard Reve.

Dat Reve een gearriveerd schrijver is, wil niet zeggen dat hij het leven beter aankan: depressies liggen op de loer en de drank staat binnen handbereik. Schrijven is zwoegen en het bestaan blijft onrustig: na zijn Engelse periode is hij achtereenvolgens woonachtig in Greonterp (Friesland), Amsterdam, Veenendaal, Weert, op een ‘geheim landgoed’ in Frankrijk, in Schiedam en ten slotte in een voormalige dokterswoning in het Vlaamse Machelen.
In 1975 monstert Joop Schafthuizen (alias Matroos Vosch) aan. De nieuwe levenspartner (volgens Reve ‘de troost van mijn latere leven’) brengt het omvangrijke Reve-archief op orde, is verantwoordelijk voor het verschijnen van een reeks brievenboeken en andere ‘randwerken’, treedt op als zaakwaarnemer en zorgt ervoor dat Reve ongestoord kan schrijven. In de productieve periode die volgt verschijnen Oud En Eenzaam (1978), Moeder En Zoon (1980), De Vierde Man (1981), Wolf (1983), De Stille Vriend (1984) en de hieronder besproken drie laatste ‘hoofdwerken’: Bezorgde Ouders (1988), Het Boek Van Violet En Dood (1996) en Het hijgend hert (1998).

Bezorgde Ouders
‘In deze tijd zijn de ouders bezorgder dan ooit, dus het boek komt echt op een ogenblik dat het bitter nodig is’, aldus een droogkomische Reve tegen Koos Postema, in een televisieprogramma ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag en het verschijnen van de roman Bezorgde Ouders.

In dit boek wordt een etmaal beschreven uit het leven van Hugo Treger (‘Luipaard’), een 41-jarige dichter en toneelvertaler, die tweehoog tegenover de Amsterdamse dierentuin Artis samenwoont met zijn 23-jarige studerende liefdesvriend Eenhoorn. Drie dagen voor de kerst gaat Treger de deur uit om boodschappen te doen. Onderweg valt hem een winkel op: een woonhuis met een etalage waarin kerstboomversieringen worden aangeboden. Treger beeldt zich in dat er een moeder en zoon wonen en dat hij een rol zou kunnen spelen bij de (seksuele) opvoeding van de jongen. Hij ziet op een vuilnisbak een speelgoedbeer liggen en neemt die mee naar huis. Hij vindt dat hij een gedicht zou moeten schrijven dat iedereen uit het hoofd zou kennen. Als hij thuiskomt is Eenhoorn er niet. Doordat hij die beer heeft meegenomen, is zijn vriend nu dood, denkt Treger, die zo zijn eigen kijk op de werkelijkheid heeft.

‘Het wereldbeeld dat Treger aanhing, en dat hem zelf wel eens aan zijn eigen verstand deed twijfelen, was niet zonder originaliteit. Zo aanvaardde Treger wel degelijk de in tweexebn gedeelde wereld, die zijn religie hem voorhield, en waarvan God en de Satan elk een helft in hun macht hadden, maar in plaats van de gangbare voorstelling van zaken hield hij er xe9xe9n op na, die precies het omgekeerd inhield. Zo hield Treger het erop, dat de Satan over de dag, en God over de nacht heerste. Ook meende hij, dat de zichtbare voorkant der dingen een begoocheling was die tot de wereld van de Satan behoorde, terwijl de achterkant de onzichtbare werkelijkheid was van Gods verborgenheid’ (p. 12-13).

Eenhoorn komt thuis en bereidt een half geslaagde maaltijd. Treger is van mening dat arme mensen slecht zijn. Maar omdat hij zelf ook arm is, maakt hij een uitzondering voor arme mensen ‘die zich in ernstige mate bezighouden met God, de Liefde en de Dood’ (p. 57).
Als Treger midden in de nacht wakker geworden is, valt het hem op dat de beer hem beurtelings vriendelijk en verwijtend aankijkt. Hij besluit het beest te knevelen en plaatst er een omgekeerd kinderbadje overheen. Treger wordt beslopen door het schrikbeeld dat er een samenzwering gaande is van ‘zwarten’ en ‘blanke suikerzieken’. Die zouden volgens hem in een beslissende eindstrijd, de Oorlog van het Lam, bestreden moeten worden door jonge zwarte katholieken. Hij voorziet dat alle dieren ooit katholiek zullen zijn.
Als Eenhoorn de volgende dag de deur uitgaat, is Treger bang dat zijn vriend ontvoerd zal worden en in een huis onder de grond vastgehouden. Hij begeeft zich op weg naar de drankboer. Als hij weer thuis is bekijkt hij een fotoalbum van Eenhoorn en drinkt wijn.
Later op de dag gaat hij, met de beer in een tas, naar de kerk om te biechten. Van biechten komt niets terecht, wel denkt Treger na over de wenselijkheid van een zwarte paus. De tas met de beer erin laat hij in de kerk staan.
Treger wandelt naar de dierentuin, waar hij de jongen Rinus tegenkomt, die niet goed bij zijn hoofd is. Snel maakt Treger zich uit de voeten. Hij ontmoet elders in de dierentuin Harald, een jongen uit Twente die in Amsterdam in een hotel verblijft. Treger tracht Harald over te halen bij hem en zijn ‘broertje’ Eenhoorn te komen logeren, maar de jongen gaat niet op het aanbod in.
Thuisgekomen stelt Treger vast dat er weinig schot in zijn gedicht zit. Zou hij zich niet beter kunnen toeleggen op het schrijven van autobiografisch proza? Maar wie zat er te wachten op een verslag van het leven van hem en Eenhoorn?

Er zit niet veel actie in Reve’s omvangrijkste roman (25 hoofdstukken, 319 pagina’s): ‘Een roman dus waarin niets gebeurde, behalve de deur uitgaan om boodschappen te doen’, zoals het op pagina 306 heet. Het gaat in het boek dan ook niet zozeer om de dingen die de hoofdpersoon meemaakt als wel om wat er in hem omgaat.
‘[De filosoof] Schopenhauer schrijft dat in de mooiste boeken niets gebeurt, terwijl bij de lezer en de schrijver een inzicht groeit. Dat is mijn streven’, aldus Reve in Vrij Nederland (17 februari 1996).
Treger en Eenhoorn leiden een bestaan waarin nauwelijks iets totstandkomt: van Eenhoorns studeren komt niet veel terecht, evenmin als van Tregers creatieve arbeid, hoewel hem af en toe een dichtregel te binnen schiet.

Het boek is een portret van een sombere mompelaar die snel gexebmotioneerd en in vervoering kan raken. Er is weinig voor nodig om Tregers gedachten in de hoogste versnelling te krijgen: als hij in de etalage van een woonhuis kerstboomversieringen ziet, bedenkt hij meteen een gezinssituatie waarin hij bij de veronderstelde afwezigheid van de vader de opvoeding van de vijftienjarige zoon ter hand neemt. Als Eenhoorn niet thuis is, denkt Treger onmiddellijk dat zijn vriend ontvoerd of vermoord is. Overal worden complotten gesmeed (zoals door suikerzieken) waarbij niet alleen Tregers bestaan maar de hele mensheid bedreigd wordt.
In Tregers mythische wereldbeeld zijn voorwerpen bezield; er kan troost maar ook dreiging van uitgaan, en daarom wordt de beer voor de zekerheid door kneveling onschadelijk gemaakt.
Personages krijgen haast mythische proporties: zoals Reve zijn liefdesvrienden namen geeft als Woelrat, Teigetje, het Loodgietend Prijsdier, Jakhals en Matroos Vosch, zo heeft Treger zijn vriend Eenhoorn gedoopt, en zichzelf Luipaard.

Treger is een tragische figuur, maar de tragiek van zijn bestaan wordt door Reve verpakt in ironie (waarachter hij zich ook in interviews vaak verschuilt), platte grappen, schimpscheuten en bittere uitvallen waarin de moderne maatschappij verketterd wordt. Zonder die ‘aankleding’ van de tragiek zou het hele boek de afgrondelijke somberheid ademen die opklinkt uit passages als deze:

‘Het scheen een diepe, niet te onderdrukken of terzijde te schuiven gewaarwording te zijn van het vergeefse en het futiele van het leven, niet alleen zijn eigen leven, maar van alle bestaan. En het verschrikkelijke daarbij was, dat Treger bepaald geen athexefst of een gemakzuchtige belijder was die alles ‘symbolisch opvatte’ om niets meer ernstig te hoeven nemen. Nee, Treger ontkende allerminst de grote, immers onfeilbaar geopenbaarde waarheden, maar wat maakte het uit? God was mens geworden, had geleden, was gestorven en begraven, en opgestaan van de doden. Maar waarom en waarvoor? Eens immers zoude alles terugkeren tot wat het geweest was: het eeuwig niets’ (p. 143-144).

In vrijwel al Reve’s werk hunkert de hoofdpersoon naar verlossing, naar een ontsnapping aan de uitzichtloze omstandigheden waarin hij verkeert. Reve noemt als ‘onveranderlijk thema’ van zijn werk: ‘de ontoereikendheid van de menselijke liefde, en de volstrekte afhankelijkheid van Gods genade’ (‘Verantwoording’, Verzamelde Gedichten, p. 129). Die ontoereikendheid wordt vaak gesymboliseerd door het vergeefse zoeken naar de ‘Meedogenloze Jongen’ (later ‘Mededogenloze Jongen’ genoemd) die troost kan brengen in de eenzaamheid – een onbereikbare droomliefde.
In Bezorgde Ouders blijkt de ontoereikendheid van de liefde uit het langs elkaar heen leven van de held en zijn vriend. Treger heeft grootse gedachten met betrekking tot Eenhoorn, maar uit niets blijkt dat deze zich daarvan bewust is. Als Treger ertoe komt wat van zijn gedachten onder woorden te brengen, reageert Eenhoorn zeer nuchter. Treger woont met iemand samen, maar hij leidt een even eenzaam bestaan als wanneer hij alleen zou wonen.

In de flaptekst wordt een verwantschap gesuggereerd tussen Bezorgde Ouders en De Avonden. Beide behelzen inderdaad een ‘winterverhaal’ dat zich eind december in Amsterdam afspeelt, en de beginzinnen lijken op elkaar, ademen dezelfde sfeer.

‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de twee en twintigste December 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte’ (De Avonden, p. 5).

‘In de Advent van het jaar 197*, drie dagen vxf3xf3r Kerstmis, verliet de dichter Hugo Treger in de late namiddag zijn woning aan de -laan in de grote stad A., om te voet in een naburige winkelstraat boodschappen te gaan doen’ (Bezorgde Ouders, p. 7).

De moeder van de held Frits van Egters zegt in De Avonden ‘Hoei, boei’ (p. 14) en Treger denkt in Bezorgde Ouders ‘Hoei, hoei’ (p. 300). Meer overeenkomsten zijn er eigenlijk niet, wel is het verleidelijk om in Treger een ouder geworden Frits van Egters te zien. Net als de 23-jarige Van Egters doet de 41-jarige Treger uitspraken die bedoeld lijken te zijn om lezers en critici op stang te jagen. In De Avonden waren het de sick jokes, in Bezorgde Ouders zijn het de onzintheoriexebn over ‘zwarten’, ‘turkijers’ en ‘suikerzieken’ – Frits van Egters is altijd in Reve blijven leven, pestkopperij is een constante gebleven. Kritiek daarop lijkt hem eerder aan te moedigen er een schepje bovenop te doen dan om gas terug te nemen.
Zoals Treger er in zijn ideexebn over God en de Satan een voorstelling van zaken op nahoudt die afwijkt van de gebruikelijke, zo bedient hij zich ook op andere terreinen van een eigenzinnige logica. In Bezorgde Ouders wemelt het van de passages waarin zijn gedachten op hol slaan:

‘Treger was reeds van de schrik bekomen, en die priester behoefde zich evenmin druk te maken, vond hij: die vrouw was gewoon gek. Daarom hadden zij haar in een rolstoel gezet, dan viel het niet op. En het kon best zijn dat die vrouw nog suikerziek was ook, want wat die soms allemaal uitkraamden terwijl ze niet eens katholiek waren, dat was niet mooi meer. Vandaar dat die vrouw van de kerk voor niets die rolstoel had gekregen. “Krijg ik een rolstoel?”‘ vroeg Treger zich verongelijkt af. “Niet dat ik die nodig heb, maar het gaat om het principe”‘ (p. 197-198).

Dat Reve erin slaagt een omvangrijke roman te schrijven waarin zeer weinig gebeurt, is een knappe prestatie. Hij weet de aandacht van de lezer vast te houden door een manier van schrijven die nooit verveelt. Reve heeft sinds Op Weg Naar Het Einde een eigen stijl ontwikkeld en vervolmaakt, die een door hem geschreven tekst direct herkenbaar maakt – net zoals bijvoorbeeld bij Couperus het geval is. Hij wisselt ernst en humor af, en schakelt schijnbaar moeiteloos over van plechtig op plat taalgebruik.
Net als in eerdere boeken maakt Reve in Bezorgde Ouders veelvuldig gebruik van het clichxe9, vooral vanwege het komische effect ervan. ‘Een rokertje gaat er altijd in’, denkt Treger (p. 67) als het gaat over het met een brandende sigaret bewerken van een arrestant. Het clichxe9 is een stijlmiddel dat Reve al sinds zijn vroegste werk graag toepast: ‘Een ongeluk komt nooit alleen, zegt men vaak’, schrijft hij in ‘De Geschiedenis Van Krakra De Spreeuw’ uit 1932 (Verzameld Werk. Deel 6, p. 12).

Het Boek Van Violet En Dood
In hoofdstuk V van De Avonden (p. 118) is Frits van Egters op bezoek bij Victor Poort, die hem het boek De kleine zenuwleider, handleiding tot een fatsoenlijk leven aanbeveelt. Het gaat in werkelijkheid om De Kleine Neurasthenicus; Beknopte Handleiding Tot Een Ordentelijk Leven (1922) van dr. Herman Gerard de Cock (1871-1956). De patixebnt Dorus spreekt hierin van een zware plicht die er op hem rust een groot en machtig boek te schrijven. ‘Een boek waarvan de titel luiden zal: “Van ‘t Licht en van de Schaduw, van ‘t Violet en van den Dood… En van de Geestdrift”‘.
Zware plichten rusten er ook op Reve. In het televisieprogramma Het levenslied zegt hij: ‘Ik heb altijd gevoeld dat er zulke zware plichten op mij rustten, dat ik er toch nooit aan kon voldoen’. Desondanks neemt hij het net als ‘Dorus’ op zich een boek van het violet en de dood te schrijven. In Op Weg Naar Het Einde, Nader Tot U en in interviews kondigt hij Het Boek Van Het Violet En De Dood aan, waar ‘alles in staat’, en dat alle boeken (behalve de bijbel en het telefoonboek) overbodig zal maken. Het jarenlange uitblijven ervan draagt bij aan de mythevorming; zoals de Meedogenloze Jongen niet gevonden wordt, zo zal dit ultieme boek nooit geschreven worden. Maar ruim drie decennia na de eerste aankondiging verschijnt het dan toch, onder de iets gewijzigde titel Het Boek Van Violet En Dood.

De roman (24 hoofdstukken, 253 pagina’s) speelt in de jaren tachtig. Reve woont in Frankrijk naast een Zwitsers domineesgezin. Hij heeft sterke romantische gevoelens voor de zoon Jean-Luc, die betrokken raakt bij een verkeersongeluk en overlijdt. Reve neemt zich voor waardig verslag te doen van de begrafenis. In afwachting daarvan haalt hij herinneringen op die doordrenkt zijn van Lijden (het violet) en Dood: zijn verhouding, in de jaren vijftig, met Alain V., die eveneens is overleden; zijn eigen ziekenhuisopname in de jaren zestig wegens een delirium; het onbegrip in kunstenaarskringen en onder intellectuelen over zijn bekering tot het katholicisme; zijn werk als hulpverlener in het National Hospital for Nervous Diseases; een ontmoeting met de (vermeende) Mededogenloze Jongen; een kampeerherinnering uit de jaren dertig; en ten slotte een episode uit de Tweede Wereldoorlog, waarin hij een gevaarvolle tocht naar Friesland onderneemt die gepaard gaat met ontluikende homoseksuele gevoelens. Het boek besluit met het aangekondigde verslag van de begrafenis van Jean-Luc.

Reve’s kijk op de werkelijkheid maakt dat hij verbanden ziet die er nuchter geredeneerd niet zijn. Zoals alles wat koning Midas aanraakt in goud verandert, zo heeft Reve’s doen en laten zijns inziens onherroepelijk de dood tot gevolg. Als de buurjongen Jean-Luc overlijdt, dan is dat omdat Reve hem begeerd heeft; hetzelfde is het geval bij het overlijden van Alain V., met wie Reve een verhouding had.
De reis naar Friesland tijdens de Tweede Wereldoorlog is voor de adolescent Reve cruciaal: op de veerboot komen gevaar, wreedheid, angst en homo-erotische fantasiexebn samen – en ook hier is het voor hem haast vanzelfsprekend dat de boot waar hij op gevaren heeft later tot zinken wordt gebracht. In Reve’s leven en werk zullen erotische gevoelens voortaan gepaard gaan met overheersings- en onderwerpingsfantasiexebn – maar bij fantasiexebn blijft het: ‘Ik ben een folteraar en een aanrander, zij het gelukkig niet in de vrije sector die leven heet, maar in mijn zelfgeschreven boeken’ (p. 42).

In Het Boek Van Violet En Dood lijkt Reve niet alleen zijn leven samen te vatten, maar ook zijn werk. Er wordt expliciet verwezen naar Nader Tot U (p. 158), De Taal der Liefde / Lieve Jongens (p. 184) en Bezorgde Ouders (p. 59 en 91).
Impliciete verwijzingen zijn er onder meer naar De Avonden en Werther Nieland. In dat laatste boek (p. 26) richt de held Elmer de Club Voor De Grafkelders op, in Het Boek Van Violet En Dood (p. 71 en 145) als de Club Van De Grafkelders aangeduid.

In De Avonden heeft Joop, de broer van Frits, volgens deze een ‘Jooplucht’; in Het Boek Van Violet En Dood schrijft Gerard over Karel: ‘En nu had hij een lucht bij zich die ik een karelslucht noemde’ (p. 100).

‘Weet je nog, dat jullie mijn boeken kapotgeschoten hebben? Jij met Jozef Pijp? Met het luchtpistool? Alle ruggen aan flarden.’ (De Avonden, p. 39-40)
Hij verscheurde alles wat ik schreef en liet zijn schoolvriendjes met een luchtdrukpistool de weinige boeken die ik bezat aan flarden schieten. (Het Boek Van Violet En Dood, p. 100)

Reve’s vroeger door hem als ‘kunstbroeders’ aangeduide collega’s moeten het ontgelden: het boek bevat ‘afrekeningen’ met Rudy Kousbroek (hier Eddy Kleingeld geheten), Maarten Biesheuvel, Simon Vinkenoog, Renate Rubinstein, Remco Campert, Gerrit Achterberg, Simon Vestdijk en de tot ‘Geleerde Halfbroer’ gereduceerde broer Karel. Tegen Maartje van Weegen zegt Reve daarover: ‘Dat moet je af en toe eens doen. Ze hebben me streken geleverd en dan deel je eens even een tik uit. (…) Maar niemand hoeft dat serieus te nemen. Ik denk dat die vogels in kwestie het zich ook niet erg aantrekken’ (Nova, 22 februari 1996).

Bezorgde Ouders wordt in de slotpassage een roman waarin ‘niets gebeurde’ genoemd (p. 306); in Het Boek Van Violet En Dood wordt wat komen gaat al in de eerste alinea samengevat als: ‘Neen, veel komt er niet in voor’ (p. 7). Reve richt zich in dit boek tot een geheimzinnige, niet nader aangeduide ‘Zeergeleerde Vriend’ – een demonische figuur die in de ‘in tweexebn gedeelde wereld’ Reve’s ‘Satanskant’ zou kunnen verbeelden.
Het boek heeft een hechte structuur: het verhaal van de dood van de buurjongen en diens begrafenis is een raamvertelling die de memoires-achtige passages omkadert. Ondanks die hechte structuur durft Reve het aan het boek ‘buiten zijn oevers’ te laten treden. Hoofdstuk XIV zet in met een aantal ‘later uit te werken’ notities, zoals een mesjokke beginselverklaring: ‘Als ik paranoxefde ben dan heb ik daar het recht toe want ik moet mijn eigen kunnen uiten’ (p. 129).
Het is alsof er tussen de pagina’s van het voltooide boek een paar velletjes met aantekeningen zijn gevoegd. Dit onderbreken van de handeling draagt bij aan het bonte karakter van de roman. Waar Reve in Bezorgde Ouders de ingezette toon tot de laatste pagina volhoudt, wordt Het Boek Van Violet En Dood gekenmerkt door een afwisseling van stijlen. Zo is de episode over het oorlogsjaar 1943 vrij van de ironie die op andere plaatsen de boventoon voert. Op pagina 93 wordt geschimpt op de ‘Geleerde Halfbroer’ Karel, in het fragment over de oorlog is hij gewoon ‘mijn broer’ (p. 241). De ingetogen stijl van de oorlogsherinneringen contrasteert sterk met het staaltje slapstick op pagina 103:

‘Ik had precies xe9xe9n glaasje rode wijn op, geen druppel meer, en dat had mijn trekken ontspannen en een rijk patina over mijn stoere gelaat gelegd. Laat ze maar komen, dacht ik. Inderdaad blies ik uit mijn eigen achterste met volle inzet een wind als uit een aandachtige trombone of een smekende hobo d’amore.’

Is dit het boek geworden dat Reve voor ogen stond toen hij er drie decennia eerder voor het eerst melding van maakte? Boeken waar ‘alles in staat’ bestaan natuurlijk niet. Het Boek Van Violet En Dood is een roman waarin Reve zijn ideexebn over de Liefde, het Lijden en de Dood nog een keer op een stilistisch en compositorisch virtuoze (en bovendien zeer onderhoudende) manier heeft samengevat.
In Nader Tot U (p. 38) had Reve aangekondigd dat hij na het voltooien van Het Boek Van Het Violet En De Dood onmiddellijk ‘aan een groot, mistiek martelboek, Mars in Scorpio geheten zou moeten beginnen’. Maar het volgende ‘werk van letterkunde’ is een beduidend minder ambitieus boek.

Het hijgend hert
De 31-jarige Raphaxebl (Ralfje) Wessel is als landmeter werkzaam op het Kadaster in het gemeentehuis, en is in zijn vrije tijd landschapschilder. Hij woont in het huis van zijn overleden ouders, maar zou graag een afgelegen woning hebben. Op het Kadaster zegt hij dat dat is om er ongestoord te kunnen schilderen, in werkelijkheid wil hij er onbespied jongens ontvangen. Net als een oom van hem is Wessel homoseksueel. Op kantoor hoort hij van de twintigjarige post en thee rondbrengende Rikje (een ‘slank prinsje’) dat Domeinen een kazemat te koop heeft, met een huisje.
‘Het zat zo: wie perceel de Kazemat kocht, mocht alle dichtgemetselde openingen naar bevind van zaken dicht laten of openen, en in het object doen waar hij zin in had, als dat handelen niet in strijd was met de wet of de zorgvuldigheid die iedere burger betaamde in acht te nemen’ (p. 27).

Wanneer Wessel het terrein verkent, ziet hij er een jongen met ontbloot bovenlijf, geschramd door het struikgewas. Wessel volgt de ‘Geschramde Jongen’ naar het huis dat deze met zijn moeder Agatha (Aagje) Bosman bewoont. Haar man, die dronk en de jongen volgens Wessels collega meneer Hoorn mishandelde, is verdwenen. Agatha legt Wessel de kaart: ze voorziet dat hij zijn doel zal bereiken. Als Wessel na de koop de kazemat bezoekt, merkt hij dat deze in de gaten gehouden wordt door twee mannen. Het zijn rechercheurs, die beweren dat ze in het object een geschikte afgelegen verhoorruimte zien. Wessel moet maar eens bij een van hen, rechercheur Wiltman, langskomen om te praten. Wanneer hij dat doet is deze niet thuis. Wessel nodigt Rikje uit voor een bezoek aan de kazemat, de jongen komt in plaats daarvan onaangekondigd bij hem thuis, en ze belanden in bed. Een paar dagen later komt rechercheur Wiltman bij Wessel op bezoek. Hij vertelt over een halve eeuw oude schedel die in een waterput in de kazemat gevonden is. Hij doet een bod om de kazemat te huren. Op kantoor raadt meneer Hoorn Wessel aan daar goed over na te denken. Thuisgekomen luistert Wessel naar een merel die een lied zingt. Als de merel stilvalt, zwijgen ook ‘de menigvuldige stemmen die in Wessel opstegen’ (p. 179).

Het hijgend hert is een kleine roman (31 hoofdstukken, 182 pagina’s), die qua sfeer doet denken aan Reve’s sprookjesachtige roman Wolf. In dat boek dorst de held Wolf eveneens naar een grote liefde, daar in de vorm van een ‘broertje’. Wolf is een zeer naxefeve jongen, Wessel een wat rijpere man van 31, die zijn draai in het leven nog niet gevonden heeft. Reve schildert duidelijk een zelfportret: ‘Wessels ontroering en opwinding waren echt, maar hij besefte dat hij te vaak en te veel in de dingen een kosmisch drama wilde zien’ (p. 50).
‘Van zijn moeder had hij de introverte gevoeligheid gexebrfd, en van zijn vader het verlangen naar maatschappelijke aanpassing en een zo eerlijk mogelijk gedrag. Maar intussen was er in Wessel altijd de hang geweest naar romantiek, avontuur en, als het kon en bestond, een grote liefde die alle tranen zoude afwissen’ (p. 43).

Het is eenzelfde hunkering als die in het berijmde Psalm 42 waaraan de titel ontleend is: ”t Hijgend hert, der jagt ontkomen, / Dorst niet sterker naar ‘t genot / Van de frisse waterstromen / Dan mijn ziel verlangd naar God’ (p. 7).

Het boek heeft de structuur van een sprookje (Reve was als kind verknocht aan de sprookjes van de gebroeders Grimm). Als in een sprookje gaat de held op avontuur uit, ondervindt en overwint moeilijkheden, en krijgt uiteindelijk zijn beloning. Wessel stort zich in een avontuur (de aanschaf van de kazemat), hij maakt eigenaardige dingen mee (de Geschramde Jongen, diens moeder en twee geheimzinnige rechercheurs komen op zijn pad) en uiteindelijk wacht hem zijn beloning in de gedaante van ‘slank prinsje’ Rikje.

Sprookjesachtig is de sfeer waarin de ontmoeting met de Geschramde Jongen en diens kaartleggende moeder plaatsvindt. Zij is een ‘goede heks’ die Wessel door het kaartleggen aanmoedigt over te gaan tot de aanschaf van de kazemat. Om de rechercheurs die opduiken bij het perceel dat Wessel wil kopen hangt een waas van geheimzinnigheid. De scxe8nes waarin zij voorkomen doen aan Kafka denken – te meer daar K., de hoofdpersoon van Kafka’s roman Das Schloss (1922), eveneens landmeter is.
De Avonden is een realistische, deprimerende weergave van het leven dat Reve destijds leidde, het lijkt erop of hij getracht heeft in Het hijgend hert te beschrijven hoe zijn leven had kunnen verlopen. Als Wessel zich bewust wordt van zijn geaardheid is dat niet in een maatschappij die homoseksualiteit vijandig gezind is, zoals het Nederland van de jaren veertig. Meneer Hoorn is van de herenliefde, de rechercheurs zijn het ook, Agatha heeft er begrip voor, en Wessels verhouding met Rikje ontstaat op een vanzelfsprekende, probleemloze manier.

Reve’s ‘grondthema’ is door de jaren heen gelijk gebleven: ook in Het hijgend hert zoekt de hoofdpersoon verlossing uit zijn situatie, gaat het over de ‘ontoereikendheid van de menselijke liefde’. (Hier gaan de verlangens in vervulling – maar dat kan in een sprookje ook niet anders.) De diverse boeken verschillen van elkaar doordat de structuur en de toonzetting anders zijn. Zo heeft Werther Nieland een ingetogen stijl, maar is die van Bezorgde Ouders (en van veel later werk) zeer exuberant. Verwijten als zou Reve zichzelf in zijn latere boeken herhalen zijn niet zozeer onterecht als wel misplaatst; als iemand op een steeds weer anders verwoorde manier uiting geeft aan wat hem obsedeert, is dat interessanter dan wanneer hij telkens met wat anders op de proppen komt.
Dingen die Reve obsederen geeft hij op verschillende plekken in zijn werk een plaats, zoals conversatieflarden van lang geleden die hem zijn bijgebleven. Zowel in Bezorgde Ouders (p. 115) als in Het Boek Van Violet En Dood (p. 217) is er sprake van een meisje dat onder het dansen tegen een jonge Treger/Reve zegt: ‘Vertel eens wat meer over jezelf’ – een vreemde vraag aan iemand die niet primair gexefnteresseerd is in meisjes.
In Het hijgend hert (p. 165) schieten Wessel twee coupletten te binnen van het scabreuze ‘Lied Van De Schoorsteenveger’, waarvan er 25 jaar eerder al een in Lieve Jongens (p. 179) gestaan had.
‘Een man denkt dat hij veel weet, maar een vrouw begrijpt alles’ denkt Wessel (p. 86). In de ‘Verantwoording’ van Brieven aan Josine M. (p. 11) schrijft Reve: ‘Een man moge veel weten: een vrouw begrijpt alles’.
Wessel/Reve is van mening dat een vogel zingt als eerbetoon aan God. Aan het slot van Het hijgend hert (p. 178) wordt een andersdenkende ‘soort intellectueel’ aangehaald die beweerde dat ‘een vogel zong om een partner te lokken’. In Het Boek Van Violet En Dood (p. 58) zitten er volgens de intellectueel Eddy Kleingeld in een vogel ‘allemaal klieren die het aan het zingen zetten om zodoende zijn gebied af te bakenen en een andere vogel tot geslachtsverkeer uit te nodigen’.
Het is dit ‘hergebruik’ dat maakt dat Reve’s boeken met elkaar verbonden zijn. En daarmee is ook gezegd dat, hoewel het zeker niet tot de absolute top behoort, Het hijgend hert evengoed in Reve’s uitzonderlijke oeuvre past als de uitschieters Bezorgde Ouders en Het Boek Van Violet En Dood.

Nader tot het einde
In april 1997, als Reve Het hijgend hert half voltooid heeft, moet hij een zware hartoperatie ondergaan. In de maanden erna slaagt hij erin het boek te voltooien – het zal zijn laatste zijn.
Een week na zijn 75ste verjaardag wordt Reve, sinds 1993 Officier in de Orde van Oranje Nassau, benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Uit handen van de Belgische koning Albert ontvangt hij in 2001 de Grote Prijs der Nederlandse Letteren – althans, zo had het moeten gaan.
Het lot heeft echter rake klappen uitgedeeld in huize Reve. Joop Schafthuizen is verdachte in een zedenzaak, en daarom wil de koning de prijs niet aan Reve uitreiken. Er ontstaat in Nederlandse en Vlaamse politieke en kunstenaarskringen veel tumult over, maar de commotie gaat grotendeels aan Reve voorbij. Sinds zijn hartoperatie sukkelt hij met zijn gezondheid; de eerste symptomen van de ziekte van Alzheimer dienen zich aan. Reve’s ooit formidabele geheugen begint hem in de steek te laten – en dat terwijl Vrij Nederland in 1996 nog uit zijn mond optekende: ‘De dingen onthouden, daar gaat het om’.
In de 21ste eeuw verschijnen er behalve brievenbundelingen van Gerard Reve geen nieuwe werken van letterkunde meer. Matroos Vosch, inderdaad de ‘troost van het latere leven’ geworden, heeft de rol van verpleger en bewaker op zich genomen.
Een enkeling, zoals de journalist Ad Fransen, wordt voldoende vertrouwd om te mogen getuigen van het reilen en zeilen in de voormalige dokterswoning. Fransen publiceert in 2002 het boekje De nadagen van Gerard Reve, een verslag van zijn bezoeken aan Reve en Schafthuizen.
Reve lijkt langzaam maar zeker de werkelijkheid vaarwel te zeggen en op te gaan in een zelfgeschapen mythische wereld. Hij verkeert vaak in een verwarde toestand, maar hij wekt niet de indruk daar bijzonder onder te lijden. Onwillekeurig doet hij soms poxebtische uitspraken: hij zegt dat hij na zijn dood ‘onverdwijnbaar’ zal worden – waarmee hij ‘onsterfelijk’ bedoelt.
In 1995, in het televisieprogramma Het levenslied, beantwoordt hij de vraag hoe hij na zijn dood herinnerd wil worden zonder zich te verschuilen achter een masker van ironie:

‘Ik zou het wel aardig vinden als ze zouden inzien dat ik voor mijn werk geleefd heb. En dat ik geleefd heb, al proberend om de mensen iets duidelijk te maken van wat het diepste in mij was. En dat ik geprobeerd heb het allerbeste te geven.’

Gerard Reve overlijdt op 8 april 2006.

Bronnen citaten (chronologisch)
Gerard Reve, Lieve Jongens. Tweede druk. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1973.
Gerard Reve, In gesprek : Interviews. Baarn: De Prom, 1983.
Gerard Reve, Bezorgde Ouders. Eerste druk. Utrecht/Antwerpen: Veen, Uitgevers, 1988.
Gerard Reve 65 jaar [televisieprogramma]. NOS, najaar 1988.
Alleen op de Wereld. Gerard Reve [televisieprogramma]. NOS, Advent 1991.
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1982. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij L.J. Veen, 1994.
Het levenslied. Gerard Reve, Elco Brinkman [televisieprogramma]. NCRV, 26 september 1995.
Gerard Reve, Zondagmorgen zonder zorgen. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij L.J. Veen, 1995.
Gerard Reve, Het Boek Van Violet En Dood. Eerste druk. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij L.J. Veen, 1996.
Rudie Kagie. ‘”De dingen onthouden, daar gaat het om” : Logeren bij Gerard Reve’. In: Vrij Nederland, 17 februari 1996.
Nova [televisieprogramma]. NOS, 22 februari 1996.
Gerard Reve, Het hijgend hert. Eerste druk. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij L.J. Veen, 1998.
Gerard Reve, De Avonden : Een winterverhaal. Achtenveertigste druk. Amsterdam: De Bezige Bij, 2001.
Gerard Reve, Nader Tot U. Driexebntwintigste druk. Amsterdam: De Bezige Bij, 2001.
Gerard Reve, Verzamelde Gedichten. Vierde druk. Amsterdam: De Bezige Bij, 2001.
Gerard Reve, Verzameld werk. Deel 6. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij L.J. Veen, 2001.
Gerard Reve, Werther Nieland. Driexebntwintigste druk. Amsterdam: De Bezige Bij, 2001.
Ad Fransen, De nadagen van Gerard Reve. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2002.

xa9 Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

9 April 2006
By on 08:38
Persoonlijke voorkeuren

MUZIEK
Elvis Presley, Frank Zappa, Duke Ellington, Queen, Igor Stravinsky, James Brown, Miles Davis, Cassandra Wilson, Nicola Conte, Robbie Williams, Die Anarchistische Abendunterhaltung, Tom Jones, Aimee Mann, Frank Sinatra, Howlinx92 Wolf, Hooverphonic, Interpol, Pearl Jam, Julie London, Led Zeppelin, Laxefs, Harry Nilsson, Diana Krall, Roxy Music, Bryan Ferry, Rabih Abou-Kahlil, Editors, Killers, Kings of Leon, John Mayall, Vonda Shepard, Alanis Morissette, Chicago, Klaus Schulze, The Cranberries, George Antheil, Talking Heads, The B-52s, Brian Wilson, The Beatles, Paul McCartney, The Rolling Stones, Long John Baldry, Mark Snow, Neil Young, Koop, Japan, Mick Karn, Portishead, Ramses Shaffy, Bob Dylan, The Hollies The Police, Nino Rota, Bernard Herrmann, Tom Waits, Slade, Kate Bush, Duran Duran, Gustav Mahler, Kx92s Choice, Golden Earring, Stevie Wonder, An Pierlxe9, Yes, Angelo Badalamenti, Aerosmith, Lucia Hwong, Blondie, Jimi Hendrix, The Cure, Pink Floyd, Barry White, The Allman Brothers Band, David Bowie, John Barry, Gino Vannelli, Deep Purple, Jacques Brel, The Doors, Elton John, Flora Purim, Chick Corea, Return to Forever, Mahavishnu Orchestra, Weather Report, New Cool Collective, Deodato, Santana, Nina Simone, The Pointer Sisters, Zap Mama, John Coltrane, St. Germain, Gare du Nord, Angelique Kidjo, Kinks, The Who, Gilbert Ox92Sullivan, The Beach Boys, The Mamas & the Papas, Macy Gray, Angie Stone, J.J. Cale, Tony Joe White, Creedence Clearwater Revival, Devo, Ani DiFranco, Ike & Tina Turner, MFSB, De Dijk, Charles Aznavour, Julien Clerc, Gilbert Becaud, Chi Coltrane, Alice Coltrane, The Band, Spice Girls, Billie Holiday, Johnny Cash, Erik Satie, Richard Wagner, Supperclub, Blue Note Trip, Johann Sebastian Bach, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven, Ella Fitzgerald, Scott Walker, Kruder & Dorfmeister, Laura Love, Erykah Badu, Dusty Springfield, Burt Bacharach, Leon Russell, Leonard Cohen, Supertramp, Katie Melua, Barbra Streisand, Tito Puente, Henry Mancini, Nina Hagen, Talk Talk, Cockney Rebel, Ian Dury, Dana Gillespie, Jean Michel Jarre, Mike Oldfield, Emerson, Lake & Palmer, Gustav Mahler, Frxe9dxe9ric Chopin, Gyxf6rgy Ligeti, Leonard Bernstein, Edgard Varxe8se, Maurice Ravel, Bxe9la Bartxf3k, George Gershwin, Fred Astaire, Susana Baca, Cesaria Evora, Shirley Bassey, Neil Diamond, Andy Williams, Le Mystxe8re des voix Bulgares, Dave Brubeck, Angelique Kidjo, Stevie Ray Vaughan, Joe Cocker, Alice Cooper, Rod Stewart, Fanxe7oise Hardy, Aerosmith, Carole King, The Divine Comedy, Dr. John, Jimi Hendrix, Bow Wow Wow, Isaac Hayes, Bill Withers, Cream, Genesis, Eric Clapton, Robert Plant, The Temptations, Joe Jackson, Soft Cell, Yello, Prince, Bill Evans, ZZ Top, The 5th Dimension, The Peddlers, The Corrs, Clannad, Jamaaladeen Tacuma, Terence Trent Dx92Arby, Blondie, Uriah Heep, Atlanta Rhythm Section, John Lee Hooker, B.B. King, Herbie Hancock, Louis Armstrong, Nat King Cole, Stephen Stills, Glen Campbell, Simon & Garfunkel, Jimmy Scott, Nelson Riddle, Billy May, Les Baxter, Bobby Darin, Louis Prima, April Stevens, Jackie Gleason, Dean Elliott, Martin Denny, Peggy Lee, Keely Smith, Vic Damone, Mrs. Miller, Wanda De Sah, Tony Bennett, Lena Horne, Mud, George Duke, Simple Minds, The Human League, Krzystof Penderecki, Philip Glass, Jim Croce, Cornelis Vreeswijk, This Mortal Coil, David Sylvian, Carl Orff, J.J. Cale, Pharoah Sanders, Brother Jack McDuff, Procol Harum, Gary Numan, Colin Blunstone, Rory Gallagher, Mary Hopkin, The Carpenters, Clarence Carter, The Clash, The Doobie Brothers, Dana Gillespie, Lena Lovich, Dalbello, Marvin Gaye. Blood, Sweat & Tears

FILM
Big Fish, The Big Lebowski, Amarcord, Roma, Il Casanova, Satyricon, Lolita (1962), The Bank Dick, The Ladykillers (1955 + 2004), A Prairie Home Companion, The Awful Truth, The Pianist, Touch of Evil, Sons of the Desert, The Bride of Frankenstein, Death of a Salesman, North by Northwest, Ed Wood, Inland Empire, Liquid Sky, Mon Oncle, The Trial (1962), Casino Royale (1967), The Night of the Hunter, Holiday on the Buses, Le Gendarme en Balade, Wuthering Heights (1939), Magnolia, About Schmidt, Moulin Rouge, Dogville, Harvey, Being There, Being John Malkovich, Eyes Wide Shut, Million Dollar Baby, The Manchurian Candidate (1962), Manhattan Murder Mystery, Donnie Darko, Kill Bill, Kill Bill 2, Vanilla Sky, The Maltese Falcon, Rosemaryx92s Baby, The Mothman Prophecies, When Harry met Sally, As Good.as it Gets, Le fabuleux destin dx92Amxe9lie Poulain, The Dreamers, Novecento, La Mala Educacixf3n, Edward Scissorhands, The Lord of the Rings, Jean de Florette, Manon des Sources, La Meglio Gioventxf9, Lost Highway, Mulholland Drive, Blue Velvet, 12 Monkeys, Monty Pythonx92s Life of Brian, Bullets over Broadway, Everyone Says I Love You, 2001: A Space Odyssey, Mr. Smith Goes To Washington, Itx92s a Wonderful Life, Casablanca, Ben-Hur, Diamonds are Forever, Young Frankenstein, Dances with Wolves, Una Giornata Particulare, Dr. Strangelove, Ghost World, The Breakfast Club, A Hard Dayx92s Night, Help!, Girl with a Pearl Earring, Jabberwocky, Clockwise, Cat People (1942 + 1982), Rear Window, Strangers on a Train, The Guns of Navarone, Betty Blue, Entertaining Mr. Sloane, Billy Liar, Billy Elliot, Fargo, The Pledge, Midnight Cowboy, The Graduate, Mary Poppins, Fantasia, Freaks, The Seven Year Itch, Fucking Amal, Die Blechtrommel, The Taking of Pelham One Two Three, Blow-up, Play Misty for me, The Godfather, The French Conncetion, The Fisher King, Modern Times, City Lights, Alien, East of Eden, The Grapes of Wrath, On Golden Pond, MASH, L.A. Confidential, Bleu, Blanc, Rouge, Fight Club, Cabaret, Send me no Flowers, Pillow Talk, Raising Arizona, Duck Soup, Zelig, Mystic River, Now Voyager, To Kill a Mockingbird, Citizen Kane, The Third Man, Metropolis, M x96 Eine Stadt sucht einden Mxf6rder, Die 1000 Augen des Dr. Mabuse, Red Rock West, Cape Fear (1962 + 1991), The Premature Burial, King Creole, Goodbye Mr. Chips, Therex92s Something About Mary, All About Eve (1938), The Green Mile, Kellyx92s Heroes, Dirty Harry, Arsenic and Old Lace, Gosford Park, Sunset Boulevard, Gaslight, 12 Angry Men, Grand Hotel, Anatomy of a Murder, Secret Window, The Matrix, Five Easy Pieces, The Producers (1968), Psycho, The Wizard of Oz, Zardoz, Lost in Translation, The League of Gentlemenx92s Apocalypse, Apocalypse Now, Gone with the Wind, Goldfinger, You Only Live Twice, The Missionary, The Shining, Some Like it Hot, The Rocky Horror Picture Show, Playtime, Les Vacances de M. Hulot, Itx92s a Gift, My Little Chickadee, Caligula, Giant, Midnight in the Garden of Good and Evil, The Bridges of Madison County, The Philadelphia Story, The Lost Weekend, On the Waterfront, The Postman Always Rings Twice (1946), Barbarella, Suddenly, Pal Joey, An American in Paris, Guys and Dolls, Dark Passage, Key Largo, The Big Sleep, The Maltese Falcon, Lawrence of Arabia, Taxi Driver, Serpico, St. Elmox92s Fire, Deliverance, Excalibur, The Hudsucker Proxy, Catch-22, The Black Cat, Signs, An American Werewolf in London, The Last Emperor, The Others, Glengarry Glen Ross, Abre los Ojos, Crimes and Misdemeanors, Play it again Sam, Deconstructing Harry, Uncle Buck, Donx92t Look Now, The Odd Couple, The Naked Gun, Airplane!, Whats new Pussycat?, The Pink Panther Strikes Again, Passport to Pimlico, The Man in the White Suit, The Lavender Hill Mob, Beetlejuice, The Unbearable Lightness of Being, One Flew over the Cuckoox92s Nest, Monty Python and the Holy Grail, Repulsion, The Changeling, Targets, American Beauty, La Grande Bouffe, Titanic, Planet of the Apes (1968), Short Cuts, The Player

TV
Buffy the Vampire Slayer, Angel, Little Britain, Gilmore Girls, Lost, Alias, The X-Files, Ally McBeal, Third Rock From the Sun, The 4400, Dr. Terriblex92s House of Horrible, Father Ted, Men Behaving Badly, Carnivale, Twin Peaks, Bones, De Fred Hachxe9 Show, The Singing Detective, Fawlty Towers, Charmed, Lars von Trierx92s The Kingdom, Love for Lydia, Keeping Up Appearances, The Glittering Prizes, The Buddha of Suburbia, The Avengers, Six Feet Under, Pingu, Berlin Alexanderplatz, Angels in America, Herenleed, The Thunderbirds, I Spy, Get Smart!, Please, sir, The Sopranos, Star Trek, Axel Nort, The League of Gentlemen, The Office, Kung Fu, Pingu, Batman, Columbo, Rawhide, Sex and the City, The Persuaders, The Lucy Show, Buurman en Buurman, 24, The Flintstones, The Kingdom, McCloud, The Thunderbirds, Batman, The Saint, Brideshead Revisited, Heimat, Dead Like Me, Catweazle, Captain Scarlet, Absolutely Fabulous, I’m Alan Partridge, MASH, Charmed, Steptoe and Son, Stiefbeen en Zoon, Sanford and Son, Dadx92s Army, Rising Damp, The L Word, Desperate Housewives, Millennium

BOEKEN
Marten Toonder, Gerard Reve, Richard Brautigan, Paul Auster, Kees van Kooten, Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch, Remco Campert, Jan Wolkers, Franz Kafka, Stephen King, Willem Elsschot, Stephenie Meyer, Kim Harrison, Hella S. Haasse, Louis Couperus, Anne Brontxeb, Charlotte Brontxeb, Emily Brontxeb, Godfried Bomans, Simon Carmiggelt, Val McDermid, P.G. Wodehouse, Joseph Campbell, Jane Austen, Jules Verne, Clark Ashton Smith, Johnny van Doorn, Tom Sharpe, Susanna Clarke, Tami Hoag, Minette Walters, Dan Brown, Karin Slaughter, Marcel Proust, Harlan Coben, Machado de Assis, Lemony Snicket, John Grisham, Kurt Vonnegut, J.K. Rowling. B. Traven, Raymond Chandler, Arthur Conan Doyle, Louis Paul Boon, Vladimir Nabokov, James Joyce, Patricia Highsmith, Tami Hoag, Kurt Vonnegut, A.F.Th. van der Heijden, Willy van der Heide, P. Nowee, J. Nowee, J.B. Schuil, Roald Dahl, Wim van Helden, Hanif Kurseihi, Maarten Biesheuvel, Edgar Allan Poe, Nescio, Henning Mankell, Roddy Doyle, Simon Vestdijk, Belcampo, Charles Dickens, J. Slauerhoff, Multatuli, Louis-Ferdinand Cxe9line, Dashiell Hammett, Douglas Adams, Belcampo, F.B. Hotz, Multatuli, Herman Hesse, Robert Anton Wilson, Ian Fleming, Aleid van Rhijn, Maj Sjxf6wall & Per Wahlxf6xf6, Catherine Duval, Emily Brontxeb, Gustave Flaubert, Hotze de Roos, Chris van Abkoude, C. Joh. Kievit, Michel Houellebecq, J.R.R. Tolkien, Honorxe9 de Balzac, xc9mile Zola, Guy de Maupassant, J.J. Voskuil, Giacomo Casanova, Marion Zimmer Bradley, Georges Simenon, F. Bordewijk, Ernest Hemingway, John Steinbeck, Jorge Luis Borges, Henning Mankell.

HUMOR
W.C. Fields, Groucho Marx, Laurel & Hardy, Freek de Jonge, Plien & Bianca, Van Kooten & De Bie, Woody Allen, Louis de Funxe8s, Arie Wietzen, Herman Finkers, Spike Milligan, John Candy, Leslie Nielsen, Benny Hill, Tommy Cooper, Lucille Ball, Peter Sellers, Jacques Tati, Michael Crawford, Snip & Snap, Monty Python, Toon Hermans, Wim Sonneveld, Neerlands Hoop, Mel Brooks.

xa9 Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

9 March 2006
By on 21:03
Marten Toonder overleden

Het is raar als je schrikt van het overlijden van iemand die 93 geworden is en een paar jaar geleden al in interviews verkondigde dat hij er geen zin meer in had.

Marten Toonder was voor mij (en voor talloze anderen) een levenslange leesliefde. Toen ik nog niet kon lezen werd ik al uit zijn werk voorgelezen: van een oudere neef had ik Panda en de meesterdief ten geschenke gekregen, een van de eerste Panda-boekuitgaven (misschien wel het eerste) – ik heb het album nog steeds en het moet aardig wat waard zijn.

In de Haagsche Courant las ik toen ik kon lezen de Panda-dagstrip, die soms adembenemend spannend was. En ook leuk. ‘Zoals wij Latinisten zeggen!’ riep Joris Goedbloed uit, en ik wist geloof ik nog niet wat hij bedoelde.

Het Donald Duck-weekblad bracht een Bommel-ballonstrip, en die ademde een mysterieuze sfeer die de Disney-creaties deed verbleken. De jakkerjekker! De wispen! De tic van Joost! De tegendeler! De kleuren alleen al!

Toen ik er de leeftijd voor begon te krijgen gingen de Bommel-pockets verschijnen. Dat was nog eens andere koek dan een stripverhaal voor kinderen: de avonturen waren staaltjes van eminente vertelkunst, toegelicht met schitterende sfeerrijke tekeningen.

Ik leende de pockets bij de bibliotheek en deed dat zo vaak, dat ik nog steeds bij het noemen van een titel onmiddellijk de drie opgenomen verhalen kan opnoemen. (Geld speelt geen rol bevat De windhandel, De sloven, De bovenbazen.)

En toen het geld geen zakgeld meer was maar van een krantenwijk kwam en dus niet meer zo’n rol speelde, werden die pockets natuurlijk gekocht.

Mijn geleidelijk aan toenemende middelen maakten het me mogelijk in te tekenen op de zogenoemde heren-editie van alle 177 Bommel-verhalen: een veertigdelig met liefde samengesteld verzameld werk dat bij intekening uitverkocht raakte en dus alleen maar waardevoller kan worden. (Mocht de nood ooit aan de man komen, dan zullen zaken zaken zijn.)

In de winkel van uitgever en maniak Hans Matla kwam ik elke drie maanden een deel ophalen. ‘Ik zou Toonder eigenlijk weleens een brief willen schrijven,’ zei ik bij zo’n gelegenheid tegen Matla. ‘Moet je zeker doen, zal-ie leuk vinden,’ zei deze.

Ik voelde me afdoende gestimuleerd en stuurde een bewonderaarsbrief naar Ierland; korte tijd later kwam een getypt antwoord met een echte handtekening eronder!

In 2001 werd in Laren een aan Toonder gewijde cd-rom gepresenteerd. Ik had de opgenomen teksten gecorrigeerd en ontving dan ook een uitnodiging. De cd-rom heette Een leven lang, en toen het gearriveerde onderwerp ervan uit de auto geholpen werd was goed te zien dat het ook een lang leven geweest was. Als er iets meer wind gestaan had zou Toonder zo weer de auto binnengewaaid zijn.

Bij zijn aankomst had ik me naar voren gewurmd, maar bij de plotse confrontatie met het idool speelde nervositeit me parten, zodat ik hem alleen maar een hand gaf en zwakzinnig lachte, maar geen woord uitbracht. (Later moed verzameld en praatje gemaakt.)

In 2002 werd in het BibliotheekTheater van de Bibliotheek Rotterdam de negentigste verjaardag van Toonder gevierd. Van een collega had ik een uitnodiging gekregen, en ik maakte maar weer even een praatje met de jarige. (Zie de log Avonturen met Anthos voor minder vrolijke aspecten van dit evenement.)

Datzelfde jaar kon ik wat doen met mijn jarenlange ervaring als Toonder-lezer; ik schreef voor Uitgelezen een essaytje over drie reisverhalen: De wilde wagen, De Grote Onthaler en Het einde van eindeloos.
Eind 2002 ontving ik de drukproef. Ik dacht: waarom ook niet? Ik stuurde een kopie ervan met een prettige brief naar Toonder, die op dat moment in het Rosa Spierhuis verbleef.

Kort na het verschijnen van Uitgelezen (in 2003) lag ik te bed lui dvd te kijken, met de telefoon binnen handbereik. Het zal een uur of acht geweest zijn. De telefoon ging, ik zei: ‘Met Martin’ en de ander zei: ‘Met Toonder.’ Ik zat meteen rechtop in bed. Wat zeg je in godsnaam terug als iemand ‘Met Toonder’ zegt?

Hij bedankte me voor het opsturen van de drukproef. Ik was uiteraard ietwat door het dolle heen, dus ik vroeg of ik hem de gedrukte versie mocht komen aanbieden.
‘Als u die moeite wilt nemen.’
‘Wanneer schikt het u?’
‘Wanneer schikt het u?’
Ik kon eventueel meteen in de auto stappen, dan zou ik er nog voor middernacht zijn, maar het werd een week later.

Ik klopte op de deur van zijn kamer, in mijn rugzak een fototoestel en de Uitgelezen, in mijn rechterhand een doos met twee hazelnootgebakjes van Maison Kelder.

Er werd opengedaan door een broze oude man. Hij ging broos zitten en ik durfde meteen niet meer te vragen of ik een foto van hem mocht maken, want iemand die zo broos is fotograferen doe je niet.

Maar toen we eenmaal in gesprek waren bleek dat die broosheid slechts zijn karkas betrof: de geest was scherp. Hij volgde via de televisie de actualiteit, zoals bleek uit zijn opmerking dat hij niet tegen de kop van Bush kon.

Ik bleef een uurtje op visite, en vroeg toen of hij het goed vond om met mij op de foto te gaan. Hij vond het goed, ik haalde er een verpleegster bij die een scherpe en een onscherpe foto van ons maakte en reed nagenietend naar huis.

Het journaal van acht uur opende vanavond met het nieuws over Toonders overlijden, een item van vier minuten. Ik had gedacht dat ik na het schrijven van deze log de rest van de avond wel zou kunnen wijden aan het lezen van een Bommel-verhaal, of een paar hoofdstukken van Toonders prachtige autobiografie.

Maar er moet eerst een brief de deur uit. Wat was dat voor een verschrikkelijke voice-over in het journaal! Die overgehaalde landrot had het niet over OLLIE B. Bommel, maar over OLIE! Wat is zijn naam? Ik ga hem opschrijven!

xa9 Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

27 July 2005
By on 19:19